Op 1 september 2027 treedt het nieuwe Boek 7 BW in werking. In onze eerdere bijdragen bespraken we al wat dat betekent voor koop, huur en diensten.
Maar de hervorming reikt verder dan Boek 7 BW alleen. Ook de regel over belangenconflicten bij vertegenwoordiging uit Boek 1 BW wordt gewijzigd. We zetten de wijzigingen voor u op een rij.
De algemene belangenconflictregel uit artikel 1.8, § 6 BW wordt geschrapt
Artikel 1.8, § 6 BW bevat een gemeenrechtelijke regeling inzake belangenconflicten bij vertegenwoordiging. Die wetsbepaling omvat twee luiken:
-
Het eerste luik betreft het verbod voor een vertegenwoordiger om als tegenpartij van de vertegenwoordigde op te treden. Dat verbod werd al langer erkend in de rechtspraak van het Hof van Cassatie (Cass. 18 maart 2004, C.02.0249.N).
-
Het huidige artikel 1.8, § 6 BW gaat evenwel verder dan de vroegere rechtspraak. Het geeft immers ook meer in het algemeen aan dat een vertegenwoordiger niet mag optreden in geval van een belangenconflict.
Als deze regel niet wordt nageleefd, is de sanctie streng: de rechtshandeling is (relatief) nietig, tenzij de vertegenwoordigde ermee heeft ingestemd.
Artikel 1.8, § 6 BW wordt nu herzien. Vanaf 1 september 2027 wordt de verwijzing naar belangenconflicten uit artikel 1.8, § 6 BW als volgt geschrapt:
“Wie voor rekening van een ander rechtshandelingen moet verrichten, mag niet optreden als tegenpartij van die andere noch in geval van een belangenconflict. Een dergelijke rechtshandeling is nietig, tenzij de vertegenwoordigde hiermee uitdrukkelijk of stilzwijgend heeft ingestemd”
Het nieuwe artikel beoogt dus enkel nog de vertegenwoordiger die als tegenpartij optreedt. Een miskenning van dat verbod blijft tot nietigheid leiden.
Boek 7 BW bevat een regel inzake belangenconflicten bij dienstencontracten
Als tegenhanger van de schrapping van de belangenconflictregel in artikel 1.8, § 6 BW wordt in het nieuwe Boek 7 BW in het deel over dienstencontracten een algemene verplichting opgenomen dat de opdrachtnemer belangenconflicten moet vermijden wanneer de wet, het gebruik, het contract of de goede trouw dit vereisen (art. 7.4.12, § 3 BW).
Deze nieuwe regel zal gelden voor elk dienstencontract, zoals wanneer intellectuele of vertrouwelijke prestaties worden geleverd, en beperkt zich dus niet tot lastgeving of formele vertegenwoordiging.
Denk daarbij bijvoorbeeld aan de marketingconsultant die wordt benaderd door twee cliënten met concurrerende producten. Afhankelijk van de omstandigheden kan van die consultant worden verwacht dat hij een belangenconflict vermijdt, meldt of beheerst.
Anders dan artikel 1.8, § 6 BW legt de nieuwe bepaling evenwel geen absoluut verbod op. Of een belangenconflict moet worden vermeden, hangt af van de wet, de gebruiken, de contractuele afspraken en de goede trouw. De concrete context is dus beslissend.
Een schending van deze bepaling maakt de rechtshandeling die in een belangenconflict tot stand kwam, ook niet nietig. Wanneer de opdrachtnemer deze verplichting op toerekenbare wijze schendt, beschikt de opdrachtgever over de sancties wegens contractuele niet-nakoming uit het algemene verbintenissenrecht. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan schadevergoeding, ontbinding of andere passende sancties.
De opdrachtgever zal daarbij wel een toerekenbare tekortkoming (lees: een fout) moeten aantonen. Een louter potentieel belangenconflict volstaat dus niet noodzakelijkerwijs. Doorslaggevend is of de opdrachtnemer de verplichting die op hem rust, effectief heeft geschonden en een contractuele wanprestatie heeft begaan.
Werkt een derde bewust mee aan die wanprestatie, dan kan er ook sprake zijn van derde-medeplichtigheid aan contractbreuk. De rechtshandeling die met medeplichtigheid van die derde tot stand kwam, kan dan niet-tegenwerpelijk worden verklaard aan de benadeelde opdrachtgever.
Tot slot wordt in de parlementaire documenten duidelijk gemaakt dat de belangenconflictregel uit Boek 7 BW geen afbreuk doet aan bijzondere regels over belangenconflicten, onder meer in het vennootschapsrecht, het financieel recht en het administratief recht.