Op 28 februari 2024 heeft de EU de Richtlijn (EU) 2024/825 – de zogeheten Empowering Consumers for the Green Transition-richtlijn (hierna “EmpCo-Richtlijn” of “de Richtlijn”) – aangenomen. Het doel van deze Richtlijn is om in het kader van de Europese Green Deal de positie van de consument te versterken door middel van betere informatie en bescherming tegen oneerlijke praktijken. De Richtlijn voert onder meer twaalf nieuwe absoluut verboden misleidende handelspraktijken over milieu- en duurzaamheidsclaims in, alsook een aangepaste algemene misleidingsnorm. De Belgische omzettingswet van de EmpCo-Richtlijn treedt op 27 september 2026 in werking.
Achtergrond en doelstelling
De EmpCo-Richtlijn wijzigt Richtlijn 2005/29/EG inzake oneerlijke handelspraktijken en Richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten. De Richtlijn wil onduidelijke, misleidende of niet-onderbouwde claims aanpakken en de consument beschermen tegen greenwashing.
De Richtlijn beoogt maximale harmonisatie, waardoor de Belgische wetgever de bepalingen getrouw overgenomen heeft.
De omzetting moest uiterlijk op 27 maart 2026 gebeuren, maar gebeurde in België uiteindelijk pas met de Wet van 22 juli 2026 (hierna de “Wet”). De Wet wijzigt het Wetboek van Economisch Recht (“WER”) door enerzijds nieuwe definities in Boek I in te voeren, en anderzijds de regels inzake precontractuele informatie en misleidende handelspraktijken in Boek VI aan te scherpen.
Milieuclaims en duurzaamheidskeurmerken
In de nieuwe regels staat het begrip “milieuclaim” centraal. Dit is elke niet-verplichte boodschap of voorstelling in een commerciële communicatie die stelt of impliceert dat een product, merk of onderneming een positief of juist geen milieueffect heeft, dan wel minder schadelijk is, of dat het effect ervan in de loop der tijd is verbeterd.
De Wet voert het begrip “duurzaamheidskeurmerk” in: een vrijwillig keurmerk dat een proces, product of bedrijfsactiviteit onderscheidt en promoot op basis van milieukenmerken en/of sociale kenmerken. Een dergelijk keurmerk mag voortaan alleen worden gebruikt als het steunt op een certificeringsregeling, meer bepaald een verificatieregeling die door een onafhankelijke derde met openbaar beschikbare, open en niet-discriminatoire voorwaarden is uitgewerkt in samenspraak met deskundigen en belanghebbenden. Wanneer een milieuclaim niet in een duurzaamheidskeurmerk is opgenomen en de uitleg niet duidelijk op hetzelfde medium wordt vermeld, is het een generieke milieuclaim.
Ook de begrippen duurzaamheid, software-update, verbruiksgoed, commerciële levensduurgarantie, producent en repareerbaarheidsscore krijgen een definitie.
Twaalf nieuwe absoluut verboden praktijken
De Wet voegt twaalf absoluut verboden handelspraktijken toe aan de zwarte lijst van misleidende handelspraktijken uit artikel VI.100 WER (bepalingen 28° tot 39°).
Een eerste reeks verboden richt zich op milieuclaims en duurzaamheidskeurmerken (ook wel “labels” genoemd). Zo is het voortaan verboden om een duurzaamheidskeurmerk te gebruiken dat niet steunt op een certificeringsregeling of niet door een overheidsinstantie is ingesteld.
Evenmin mag een onderneming nog een generieke milieuclaim doen (zoals “milieuvriendelijk”, “groen”, “koolstofarm”, “biologisch afbreekbaar” of “eco”) zonder een erkende voortreffelijke milieuprestatie te kunnen aantonen, tenzij de uitleg van die claim duidelijk en opvallend op hetzelfde medium wordt vermeld.
Milieuclaims die slechts een deelaspect betreffen (en niet het gehele product of de onderneming), maar dit niet duidelijk aangeven, zijn verboden (bijvoorbeeld “gemaakt van gerecycleerd materiaal”).
Het is verder verboden om te beweren dat een product dankzij compensatie van broeikasgasemissies een neutraal, verminderd of positief milieueffect heeft. Claims zoals “CO₂-neutraal” of “klimaatneutraal” die op compensatie steunen, zijn dus uitgesloten. Ook mag een onderneming wettelijk opgelegde vereisten die voor alle concurrenten gelden, niet als onderscheidend kenmerk voor haar aanbod voorstellen.
Een tweede reeks verboden heeft betrekking op de duurzaamheid en repareerbaarheid van producten. Ondernemingen mogen onder meer niet verzwijgen dat een software-update de werking van de goederen negatief beïnvloedt, noch een software-update onterecht als noodzakelijk voorstellen. Commerciële communicatie over een goed waarvan de onderneming weet dat het een ingebouwde levensduurbeperking bevat, is eveneens verboden, net als het ten onrechte beweren dat een goed een bepaalde duurzaamheid heeft of repareerbaar is wanneer dat niet het geval is. Ten slotte is het verboden om consumenten aan te zetten tot vroegtijdige vervanging van verbruiksgoederen of om informatie achter te houden over de verminderde werking bij gebruik van niet-originele onderdelen of accessoires.
Algemene misleidingsnorm
De Wet scherpt de algemene norm inzake misleidende handelspraktijken – die per geval beoordeeld moeten worden – aan door voortaan milieukenmerken, sociale kenmerken en circulariteitsaspecten ook als “voornaamste kenmerken” van een product te beschouwen.
Verder moeten klimaatgerelateerde claims met betrekking tot toekomstige prestaties (bijvoorbeeld “klimaatneutraal tegen 2027”) onderbouwd worden door duidelijke, objectieve, openbaar beschikbare en verifieerbare verplichtingen en doelstellingen.
Er zijn ook nieuwe regels voor het aanbieden van een vergelijkingsdienst.
Meer en betere precontractuele informatie
De Wet versterkt de informatieverplichting tegenover de consument, zowel in de winkel als online. De wijzigingen betreffen de algemene informatieverplichting (artikel VI.2 WER) en de specifieke verplichtingen bij overeenkomsten op afstand en buiten verkoopruimten (artikelen VI.45 en VI.64 WER).
Concreet moeten ondernemingen vóór het sluiten van een consumentenovereenkomst voortaan ook de repareerbaarheidsscore van de goederen meedelen, indien deze beschikbaar is. Bij gebrek aan een repareerbaarheidsscore en mits de producent de gegevens ter beschikking stelt, moet informatie worden gegeven over de beschikbaarheid, kostprijs en bestelprocedure van reserveonderdelen, reparatie- en onderhoudsinstructies en eventuele reparatiebeperkingen. Voor goederen met digitale elementen, digitale inhoud en digitale diensten moet de minimumperiode worden vermeld waarin de producent of aanbieder software-updates ter beschikking stelt. Biedt de producent bovendien een commerciële levensduurgarantie aan van meer dan twee jaar, die het volledige goed dekt en zonder extra kosten wordt verleend, dan moet ook dit aan de consument worden meegedeeld.
De consument moet ten slotte worden herinnerd aan het bestaan en de minimumduur (twee jaar) van de wettelijke conformiteitsgarantie. Om die informatie in de hele EU op een uniforme manier over te brengen, schrijft de Wet het gebruik voor van een geharmoniseerde kennisgeving – en desgevallend een geharmoniseerd etiket voor de commerciële levensduurgarantie – waarvan de vormgeving en inhoud zijn vastgelegd in Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1960.
Bij overeenkomsten op afstand en buiten verkoopruimten moeten ondernemingen bovendien milieuvriendelijke leveringsopties vermelden indien die beschikbaar zijn.
Inwerkingtreding en overgangsregeling voor handhaving
De Wet treedt in werking op 27 september 2026 en geldt, in beginsel zonder onderscheid, ook voor goederen die reeds op de markt zijn. De EmpCo-Richtlijn voorziet niet in een algemene overgangsregeling voor bestaande verpakkingen of reeds op de markt zijnde goederen.
De Belgische Wet bepaalt wel dat de Economische Inspectie de eerste zes maanden tegen de twaalf nieuwe absoluut verboden praktijken niet kan optreden voor goederen die vóór 27 september 2026 zijn geproduceerd, verpakt of op de markt gebracht. Deze uitzondering sluit echter vorderingen van concurrenten of consumenten niet uit.
Impact
Veel ondernemingen gebruiken vandaag nog generieke milieuclaims zonder duidelijke uitleg, of claims die slechts betrekking hebben op delen van producten of diensten. Dat gebeurt in marketing en communicatie, maar soms zelfs al in de naam of het merk van het product.
Ook duurzaamheidskeurmerken met onvoldoende onderbouwing of claims met verwijzing naar de compensatie van broeikasgasemissies zijn nog sterk ingeburgerd.
Het is ook belangrijk om de nieuwe precontractuele informatieverplichtingen inzake garantie, repareerbaarheid, reserveonderdelen en software-updates afdoende te integreren in de verkoopkanalen (online en offline).
Ondernemingen moeten dus de nodige maatregelen nemen om aan de nieuwe regels te voldoen.
Neem gerust contact met ons op voor een analyse als u vragen heeft over claims of commerciële communicatie over milieu en duurzaamheid.