Europese Commissie stelt langverwachte Industrial Accelerator Act voor: de belangrijkste aspecten van dit voorstel op een rij

De Europese Commissie publiceerde begin maart een voorstel van verordening met maatregelen om de Europese verwerkende industrie, die gebukt gaat onder hoge energieprijzen en internationale concurrentie van de Verenigde Staten en China, te versterken. Met de Industrial Accelerator Act (IAA), als sluitstuk van de bredere “Clean Industrial Deal”, beoogt de Europese Commissie de vraag naar koolstofarme “made in EU” technologieën te vergroten, de Europese productie te stimuleren, bestaande afhankelijkheden van derde landen te verkleinen en werkgelegenheid te creëren in de Europese Unie (EU). Tegelijkertijd ondersteunt de IAA, als industriële variant van de Green Deal, de invoering door de industrie van schonere, toekomstbestendige technologieën met het oog op klimaatneutraliteit tegen 2050.  

Vooralsnog richt de IAA zich op specifieke strategische sectoren, met name energie-intensieve industrieën, “nettonultechnologieën” (zoals zonnepanelen en batterijen) en de automobielsector, al biedt het voorstel de mogelijkheid om dit in de toekomst uit te breiden naar andere sectoren. 

De Europese Commissie heeft met de IAA een duidelijk doel voor ogen: het aandeel van de Europese maakindustrie tegen 2035 verhogen tot minstens 20% van het bbp van de EU.  

Het voorstel van de Europese Commissie bevat vier essentiële pijlers: 

Snellere en digitale vergunningen voor industriële projecten 

De IAA verplicht de lidstaten om een centraal digitaal loket voor alle vergunningsaanvragen voor industriële productieprojecten op te richten. Via dit loket worden aanvragen automatisch toegewezen aan de bevoegde overheid en kunnen ontwikkelaars de voortgang in real-time opvolgen. Het loket maakt verplicht gebruik van European Business Wallets, één van de recente voorstellen ter versterking van de Digital Single Market. Als cliënt kan U op onze Client Zone de opname van een recente webinar van het Eubelius Data Team bekijken, met een uitgebreide toelichting bij de European Business Wallets en een overzicht van de bredere Europese Digital Single Market-strategie. 

Daarnaast verplicht de IAA een enkelvoudige geïntegreerde vergunningsprocedure: één aanvraag, één coördinerende overheid, één beslissing. De lidstaten beschikken over een termijn van één jaar vanaf de inwerkingtreding van de verordening om deze ingrepen door te voeren. In Vlaanderen en Wallonië is een geïntegreerde, digitale vergunningsprocedure reeds (grotendeels) gerealiseerd. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hinkt echter nog achterop: de daar bestaande "permis unique" laat een combinatie van vergunningen inzake stedenbouw en erfgoed toe, maar integreert de milieuvergunning nog niet, zodat het Gewest op dit punt, minstens voor de projecten binnen het toepassingsgebied van de IAA, aanpassingen zal moeten doorvoeren. 

Voor decarbonisatieprojecten in de energie-intensieve sectoren wordt het volledige vergunningenhoofdstuk van de Net Zero Industry Act (NZIA) van toepassing, met strikte maximumtermijnen en een geïntegreerde milieubeoordeling. Deze projecten worden bovendien automatisch gekwalificeerd als strategische projecten, waardoor zij toegang krijgen tot de toolbox voorzien in het voorstel van verordening voor de versnelling van milieueffectbeoordelingen, dat de Europese Commissie eind 2025 op tafel legde. 

Industriële acceleratiegebieden 

De IAA draagt elke lidstaat op om binnen de twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze verordening minstens één zogenaamd industrieel acceleratiegebied aan te wijzen. Dit is een strategische cluster voor industriële productie in sectoren zoals specifieke energie-intensieve industrieën (zoals de papier-, chemie- en metaalindustrie), de automobielsector en nettonultechnologieën – die bij voorkeur samenvalt met brownfields of op te waarderen, bestaande industriële sites. Aan die aanwijzing worden verschillende inspanningsverplichtingen gekoppeld voor de overheid, zoals het faciliteren van de financiering, een driejaarlijkse energiebehoefteanalyse met doorwerking in de netwerkontwikkelingsplannen, coördinatie inzake kritieke grondstoffen en ondersteuning van opleiding en arbeidspotentieel.

Voor elk acceleratiegebied moet een geaggregeerde basisvergunning worden afgeleverd, die alle vergunningen (uitgezonderd de installatiespecifieke vergunningen) en alle toelatingen voor industriële productieactiviteiten in het gebied bundelt. Alle projecten in dat gebied worden tot slot als strategische projecten beschouwd, in de zin van het voorstel van verordening voor de versnelling van milieueffectbeoordelingen.

Hoe deze gebiedsaanduiding en de daaraan verbonden geaggregeerde basisvergunning – die lijkt opgevat te zijn als een overkoepelende vergunning voor alle activiteiten binnen dat gebied – een plaats zullen krijgen binnen het bestaande Vlaamse, Waalse en Brusselse plannings- en vergunningenlandschap, is vooralsnog onduidelijk en zal de respectieve decreet- en ordonnantiegevers ongetwijfeld aan het nadenken zetten. Dit instrument biedt ook kansen: het kan een hefboom zijn om leegstaande of onderontwikkelde industrieterreinen met potentieel een nieuwe impuls te geven en industriële stilstand in België tegen te gaan, terwijl het huidige omgevingsrechtelijke kader deze ontwikkelingen vaak bemoeilijkt. 

Oorsprong- en duurzaamheidseisen bij overheidsopdrachten

Oorsprong en duurzaamheidseisen bij overheidsopdrachten  

Overheidsopdrachten vertegenwoordigen circa 15% van het bbp van de EU (overweging nr. 15 van IAA). De IAA zet de overheidsvraag naar werken, leveringen en diensten gericht in om strategische afhankelijkheden te beperken. 

Voor relevante opdrachten boven de Europese drempels verplicht de IAA aanbesteders om specifieke oorsprong- en duurzaamheidseisen toe te passen, in het bijzonder voor opdrachten die betrekking hebben op nettonultechnologieën, aluminium, cement en staal, alsook voor opdrachten inzake schone voertuigen. Voor aluminium geldt bijvoorbeeld dat minstens 25% van het aluminium koolstofarm moet zijn en met oorsprong uit de Unie. Met betrekking tot die verplichte eisen bestaan wel drie afwijkingsgronden. Aanbesteders kunnen ervan afwijken bij monopoliesituaties, bij gebrek aan geschikte inschrijvingen, of wanneer op basis van objectieve en transparante gegevens blijkt dat de meerkosten meer dan 25% bedragen. 

De IAA gooit de vrijhandelspolitiek van de voorbije decennia evenwel niet volledig overboord. Ook producten uit landen waarmee de EU een vrijhandels- of douane-unieakkoord heeft gesloten, worden in beginsel als van EU-oorsprong beschouwd. Ondernemers kunnen deze producten dus blijven aanbieden, al kan de Europese Commissie hierop in de toekomst wel uitzonderingen voorzien.  

Ten slotte verplicht de IAA aanbesteders om deelnemers die eigendom zijn van of onder zeggenschap staan van een entiteit gevestigd in een land zonder handelsakkoord met de EU (zoals de Government Procurement Agreement) uit te sluiten. Dit betekent een belangrijke verschuiving ten opzichte van de huidige situatie, waarin aanbesteders bij gebreke van een Unierechtelijke verplichting zelf oordeelden over de toelating van ondernemingen uit derde landen tot de aanbestedingsprocedure. De reikwijdte van de IAA strekt zelfs verder. In lijn met de benadering in de Instrument voor Internationale Overheidsopdrachten-Verordening geldt die verplichting ook voor deelnemers gevestigd in een EU-lidstaat of een land waarmee de EU een handelsakkoord heeft, maar die eigendom zijn van of onder zeggenschap staan van een entiteit uit een derde land om omzeiling via postbusvennootschappen en andere constructies te voorkomen. 

Met dergelijke voorstellen gaat de Europese Commissie verder op de reeds ingeslagen weg van bijzondere sectorwetgeving voor overheidsopdrachten (zoals met de NZIA), en een belangrijke verantwoordelijkheid voor aanbesteders om die toe te passen. Hopelijk wordt in de verdere uitvoering voldoende nagedacht over de praktische werkbaarheid van deze regels.

Buitenlandse investeringen 

De IAA bepaalt dat buitenlandse investeringen in opkomende strategische sectoren (batterijen, elektrische voertuigen, zonnepanelen en kritieke grondstoffen) met een waarde van meer dan 100 miljoen euro, waarvan de buitenlandse investeerder afkomstig is uit een land dat meer dan 40% van de mondiale productiecapaciteit in de betreffende sector controleert, moeten goedgekeurd worden door de nationale autoriteit die door de lidstaat wordt aangewezen (of in bepaalde gevallen door de Europese Commissie). De Europese Commissie kan deze lijst van strategische sectoren verder aanvullen, maar niet wat betreft digitale technologieën, artificiële intelligentie, kwantumtechnologieën en halfgeleiders. 

Het gaat hierbij om investeringen waarover de buitenlandse investeerder "controle" zou uitoefenen. Een investeerder wordt geacht controle te verkrijgen als de investering 30% of meer van de aandelen of stemrechten in de onderneming verleent. Voor de verwerving van activa is de drempel vastgesteld op 30% of meer van het eigendom van het activa. Het "controle"-begrip is hier dus verschillend van het begrip dat het Europese en nationale concentratietoezicht hanteert. 

De investering zal pas groen licht krijgen wanneer de buitenlandse investeerder aan bepaalde voorwaarden voldoet (met name vier van de zes in het voorstel opgesomde voorwaarden), die voornamelijk tot doel hebben om voordelen op te leveren voor de Europese economie en de Europese controle op strategische industrieën te beschermen. Zo staat er bijvoorbeeld een limiet van 49% op de buitenlandse deelname, moeten buitenlandse investeerders joint ventures opzetten met Europese partners, moeten zij licentieovereenkomsten over intellectuele eigendomsrechten en knowhow sluiten, investeringen doen in Europees onderzoek en ontwikkeling en de helft van het personeelsbestand moet uit Europese arbeidskrachten bestaan. 

Wij werken dit binnenkort verder uit in een Legal Eubdate die dieper ingaat op het toepassingsgebied en de reikwijdte van deze nieuwe verplichtingen voor buitenlandse investeerders.

Wat brengt de toekomst? 

De IAA heeft een directe impact op zowel de aanbod- als de vraagzijde van de Europese industrie met  snellere vergunningen voor bedrijven, maar ook aanzienlijke omzettingsverplichtingen voor lidstaten en controleverplichtingen voor aanbesteders. Dit voorstel zal hoe dan ook nog het voorwerp uitmaken van onderhandelingen tussen het Europees Parlement en de Raad van de EU, en de tijd zal uitwijzen hoeveel van de oorspronkelijke tekst deze onderhandelingen zal overleven. Niets is immers in steen gebeiteld en de tekst zal ongetwijfeld nog vele ontwikkelingen kennen.