De Wet Werkbaar en Wendbaar Werk voerde begin 2017 de mogelijkheid van "vrijwillige overuren" in (zie Eubelius Spotlights juni 2017). Werkgever en werknemer kunnen overeenkomen dat de werknemer maximaal 100 vrijwillige overuren per kalenderjaar kan presteren. Cao nr. 129 betreffende vrijwillige overuren verhoogt het maximale aantal vrijwillige overuren tot 120 uren per kalenderjaar.

Normale grenzen van de arbeidsduur en afwijkingen

De arbeidsduur mag in principe niet meer belopen dan acht uren per dag of 38 uren (effectief of gemiddeld) per week of een kortere duur vastgesteld in het kader van de arbeidsduurvermindering. De Arbeidswet bepaalt verschillende soorten afwijkingen die toelaten om de normale maximale grenzen te overschrijden. Het gaat om structurele en punctuele afwijkingen. Deze laatsten zijn de overuren. De gevallen waarin overuren toegelaten zijn, zijn wettelijk bepaald. Bovendien moet in verschillende gevallen een bijzondere, voorafgaande procedure worden nageleefd.

Vrijwillige overuren

De Wet Werkbaar en Wendbaar Werk heeft sedert 1 februari 2017 de mogelijkheid van "vrijwillige overuren" ingevoerd. Hiermee heeft de wetgever de mogelijkheid geboden om een werknemer per kalenderjaar tot 100 vrijwillige overuren te laten presteren, waarvoor noch een specifieke situatie voorhanden moet zijn, noch een bijzondere procedure moet worden gevolgd.

De Nationale Arbeidsraad sloot op 23 april 2019 in uitvoering van het ontwerp van Interprofessioneel Akkoord cao nr. 129, die het maximum aantal vrijwillige overuren van 100 tot 120 uren per kalenderjaar per werknemer verhoogt. Dit maximum kan door een algemeen verbindend verklaarde cao gesloten op nationaal of (inter)sectoraal niveau nog verder worden verhoogd tot 360 uren per kalenderjaar.

Vrijwillige overuren moeten uitdrukkelijk worden overeengekomen tussen de werkgever en de individuele werknemer. Werkgever en werknemer moeten voorafgaand een overeenkomst (bijlage bij de arbeidsovereenkomst) sluiten, die geldt voor zes maanden en in onderling akkoord kan worden vernieuwd. De overeenkomst betreffende vrijwillige overuren biedt de werkgever de mogelijkheid om vrijwillige overuren te laten presteren door een individuele werknemer, maar houdt geen verplichting in.

Gevolgen van vrijwillige overuren voor de arbeidsduurgrenzen

Inhaalrust: gemiddelde naleving van de wekelijkse arbeidsduur

Gepresteerde overuren moeten in principe gecompenseerd worden door inhaalrust, zodat de wekelijkse arbeidsduur gemiddeld wordt nageleefd over een referteperiode van één trimester of een langere periode tot maximaal één jaar die voorzien is bij koninklijk besluit, cao of arbeidsreglement. Dit geldt in beginsel voor alle uren die een werknemer boven de grens van negen uren per dag of 40 uren per week presteert.

Vrijwillige overuren wijken hiervan af. Zij geven geen aanleiding tot inhaalrust en tellen dus niet mee om na te gaan of de wekelijkse arbeidsduur gemiddeld werd gerespecteerd over de referteperiode.

Ook bepaalde andere types van overuren (zoals dringende arbeid aan machines of materieel door de werknemers van de onderneming zelf) kunnen buiten beschouwing gelaten worden voor de naleving van de wekelijkse arbeidsduur.

De interne grens van de arbeidsduur

In de loop van de referteperiode – in principe één trimester of een bij koninklijk besluit, cao of arbeidsreglement vastgestelde periode tot maximaal één jaar – mag het totaal aantal gepresteerde arbeidsuren de interne grens van de arbeidsduur op geen enkel moment overschrijden. De interne grens van de arbeidsduur wordt berekend door de toegelaten gemiddelde arbeidsduur te vermenigvuldigen met het aantal weken dat tijdens de referteperiode reeds verlopen is en vervolgens te vermeerderen met 143 uur:  aantal weken verlopen in de referteperiode x wekelijkse arbeidsduur bepaald bij wet of cao​ + 143 = interne grens​

Kortom, een werknemer mag op geen enkel ogenblik méér dan 143 niet-ingehaalde overuren op de teller hebben. Zodra deze grens wordt bereikt, moet onmiddellijk inhaalrust worden toegekend.

Ook van deze grens wijkt het regime van vrijwillige overuren deels af. De eerste 25 vrijwillige overuren die de werknemer tijdens de referteperiode presteert, tellen immers niet mee in het totaal aantal verrichte arbeidsuren.

De interne grens van de arbeidsduur kan worden verhoogd bij een algemeen verbindend verklaarde cao. Van die mogelijkheid werd in bepaalde sectoren reeds gebruik gemaakt. Bovendien kan een werknemer ervoor kiezen om maximaal 130 overuren die werden gepresteerd omwille van buitengewone vermeerdering van werk of omwille van een onvoorziene noodzakelijkheid niet mee te rekenen.

De absolute grens van de arbeidsduur

Behoudens in welbepaalde uitzonderlijke gevallen, mag een werknemer nooit méér dan 11 uren per dag of 50 uren per week tewerkgesteld worden. Deze absolute grens geldt ook onverkort voor vrijwillige overuren.

Overloon

De gewone regels in verband met overloon zijn van toepassing op vrijwillige overuren. Dit wil zeggen dat een overloontoeslag moet worden betaald voor arbeidsuren die gepresteerd worden boven negen uren per dag of 40 uren per week of boven de lagere grenzen die bij cao werden vastgesteld. De overloontoeslag bedraagt 50% of – als de overuren gepresteerd worden op een zon- of feestdag – 100%.

Besluit

De Wet Werkbaar en Wendbaar werk heeft een zekere marge voor flexibiliteit ingebouwd in het strakke keurslijf van de Belgische arbeidsduurregels. Met de verhoging van het maximum aantal vrijwillige overuren wordt de tendens in de richting van de economische realiteit en de noden van ondernemingen verdergezet. Een passende arbeidsduurregeling vereist maatwerk, waarbij verschillende maatregelen (zoals de zogenaamde "nieuwe arbeidsregelingen") in elkaar gepuzzeld moeten worden om een zekere flexibiliteit te kunnen creëren. De vrijwillige overuren zijn daarbij een te overwegen piste.