In het regeerakkoord van begin oktober 2014 en in de beleidsverklaringen van begin november 2014 van de verschillende ministers en staatssecretarissen wordt opvallend veel aandacht besteed aan vooruitgang op het vlak van e-commerce en privacy. Voor het eerst werden daartoe ook een staatssecretaris voor privacy en een minister van de digitale agenda aangesteld. Hieronder worden een aantal actiedomeinen uit het regeerakkoord en de relevante beleidsverklaringen belicht.

E-commerce

De elektronische handel in België hinkt nog steeds achterop. De regering wenst de ontwikkeling van de elektronische handel te ondersteunen. Verder wil zij een optimaal gebruik garanderen van nieuwe technologieën door meer rechtszekerheid te bieden wanneer burgers online-diensten gebruiken. Het federaal regeerakkoord bevat een aantal concrete initiatieven:

Verzelfstandigd platform voor elektronische handel

De regering is van plan om een verzelfstandigd platform voor elektronische handel op te richten dat een ondersteunend kader zal vormen voor de ontwikkeling van e-commerce. Via dit kader wil de regering een aantal obstakels voor e-commerce uit de weg ruimen, en op die manier de Belgische e-commerce meer concurrentieel maken ten opzichte van het buitenland. Er wordt onder meer gedacht aan initiatieven voor een betrouwbaar online betaalplatform dat alle binnenlandse retailers kunnen aanvaarden, betere opvolging van klachten, onderzoek naar de haalbaarheid van een volledig dekkend en meer frequent gebruikt systeem van alternatieve geschillenbeslechting, de creatie van een gelijk Europees speelveld op het vlak van productveiligheid, enz.

Uitbreiding van de Ethische Code van de telecommunicatie naar smartphone applicaties

De regering wil de Ethische Code van de telecommunicatie ook toepasselijk maken op smartphone applicaties. Deze Ethische Code, die werd vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 9 februari 2011, legt strikte regels op aan aanbieders van betalende diensten via elektronische communicatienetwerken, bijvoorbeeld wat betreft eerlijkheid en transparantie van deze diensten, bescherming van minderjarigen, in- en uitschrijving op de diensten en reclame voor deze diensten.

Privacy en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer

Ook op het vlak van gegevensbescherming kondigt de regering een aantal initatieven aan. Er zal niet enkel worden ingezet op een betere beveiliging van persoonsgegevens die in databanken worden opgeslagen. Ook de rechten van de burger zullen worden versterkt op basis van principes van controle, overdraagbaarheid, transparantie, veiligheid, redelijkheid, contextualiteit en aansprakelijkheid. De regering zal rondetafelgesprekken organiseren met overheden, ondernemingen en burgers om die principes te verfijnen en toe te passen.

In zijn beleidsverklaring van 13 november 2014 zette de staatssecretaris voor privacy (Bart Tommelein) een zestal specifieke uitdagingen op de agenda. Een kernvraag bij elk van die uitdagingen is hoe technologische vooruitgang voor de burger, de overheid en het bedrijfsleven kan worden gemaximaliseerd met een minimalisatie van misbruikrisico’s. Interessant is dat daarbij wordt aangegeven dat, naast de rechtspraak van het Europees Hof van de Rechten van de Mens, ook het voorbeeld van andere landen   waarbij Nederland expliciet wordt genoemd   als leidraad zal worden gehanteerd. Hieronder worden de verschillende uitdagingen uit de beleidsverklaring van de staatssecretaris weergegeven.

Europese algemene verordening gegevensbescherming

In de beleidsverklaring van de staatssecretaris voor privacy wordt (net als in het regeerakkoord) meermaals gerefereerd aan het ontwerp van een algemene gegevensbeschermingsverordening dat momenteel op Europees niveau op tafel ligt. In het regeerakkoord meldde de nieuwe regering al dat zij zou pleiten voor een stevig geharmoniseerd Europees kader op het vlak van de bescherming van persoonsgegevens.  Ondertussen liet de staatssecretaris, na een ontmoeting met de voorzitter van de Privacycommissie begin november 2014, optekenen dat de ontwerpverordening op meerdere punten voor verbetering vatbaar is. Zo ontbreekt er bijvoorbeeld een Europese toezichthouder die kan optreden tegen multinationals zoals Facebook. Eenmaal het Europese kader ter zake duidelijk is, zal ook werk worden gemaakt van een aangepast en gemoderniseerd Belgisch wettelijk kader. In het regeerakkoord wordt vooropgesteld dat gegevensverwerking in de mate van het mogelijke op de geïnformeerde toestemming van de betrokkene gebaseerd moet zijn.

Privacy op het vlak van publieke veiligheid

Verder zal de staatssecretaris werken aan een evenwichtig beleid, waarbij privacy de exploitatie van technologische mogelijkheden op het vlak van veiligheid en administratieve dienstverlening niet verhindert. Bij wijze van voorbeeld wordt gewezen op de opportuniteiten van camerabewaking voor de steden en gemeenten en op het nut van drones die door de politie zouden worden ingezet.

Ook is er sprake van een hervorming van de Privacycommissie, gericht op onder meer het vermijden van belangenvermenging tussen de leden van de Privacycommissie en de aanvragers van machtigingen.

Privacy op het vlak van publieke data

Het is de bedoeling om de verschillende databanken die een groeiend aantal gegevens bevatten (bijvoorbeeld verbruiksgegevens van openbare nutsvoorzieningen, inspectiegegevens, …) aan elkaar te koppelen met het oog op de preventieve en proactieve bestrijding van onder meer sociale en fiscale fraude. Dat zou evenwel pas kunnen na een evenwichtsoefening, waarbij de controlebevoegdheden van de overheid moeten worden uitgebalanceerd ten opzichte van privacyrechten van burgers. Jaarlijks zouden burgers op de hoogte kunnen worden gesteld van de persoonsgegevens die de overheid over hen verwerkt en van de doeleinden waarvoor dat gebeurt. De geïnformeerde toestemming van de burger zou zoveel als mogelijk het uitgangspunt zijn. De concrete uitwerking van een dergelijk systeem zou in overleg met de minister van de digitale agenda verlopen. Met de staatssecretaris voor administratieve vereenvoudiging zou dan weer worden nagegaan hoe privacy en transparantie kunnen worden verzoend met het hergebruik van overheidsinformatie.

Privacy op het vlak van private data

Ook op het vlak van open en big data ziet de staatssecretaris opportuniteiten. Zo zouden overheidsgegevens over gezondheidszorg bijvoorbeeld kunnen leiden tot interessante innovaties in de farmaceutische sector en vice versa. Opnieuw benadrukt de staatssecretaris daarbij dat privacy de belangrijkste bekommernis is, en stelt hij voor om waar mogelijk van geanonimiseerde gegevens en "privacy by design" gebruik te maken.

De staatssecretaris onderstreept het belang van het classificeren van gegevens en gegevensstromen bij de beoordeling of de privacyvereisten werden nageleefd. Hij wenst daarover regelmatig overleg te plegen met de betrokken bedrijfstakken om te verhinderen dat economische activiteiten, zoals de internetsector, zouden worden bemoeilijkt.

In elk geval wijst de staatstecretaris er nu reeds op dat het verkopen van persoonsgegevens maar is toegestaan mits uitdrukkelijke en geïnformeerde toestemming van de betrokkene, die deze toestemming bovendien op elk moment kan intrekken. Ook moeten ondernemingen hun klanten duidelijk informeren over wijzigingen in hun privacybeleid.

Privacy op het vlak van nieuwe media

De staatssecretaris kondigt verder sensibiliseringsacties aan rond het gebruik van sociale media, die voornamelijk op jongeren zullen worden gericht.

Beveiliging van persoonsgegevens

Ten slotte wordt ook aandacht besteed aan gegevenslekken, die zich recent onder meer bij overheidsinstanties voordeden. Er zal worden onderzocht welke preventieve maatregelen kunnen worden genomen, zoals certificeringsmechanismes (zogenaamde privacy seals). De thematiek van de cyberveiligheid zal zowel nationaal als Europees door de staatssecretaris worden opgevolgd.