Werken met (onder)aannemers: belangrijke nieuwe sociaalrechtelijke regels

Legal Eubdate
27 maart 2026

In de strijd tegen illegale tewerkstelling en sociale dumping zijn de regels voor opdrachtgevers, aannemers en onderaannemers opnieuw aangescherpt. Sinds 1 januari 2026 geldt in Vlaanderen een strengere zorgvuldigheidsplicht in het kader van "ketenaansprakelijkheid" bij illegale tewerkstelling van buitenlandse werknemers. Op 1 januari 2025 trad het verbod op financiële onderaanneming in werking. Ook het belang van continue aandacht voor het verbod op terbeschikkingstelling van personeel blijft actueel.

Verbod op financiële onderaanneming

In de bouw-, de verhuis- en de vleessector is het sinds 1 januari 2025 verboden om als onderaannemer het geheel van de overeenkomst die u heeft gesloten met uw medecontractant in onderaanneming te geven. Dit verbod is ingevoerd met artikel 147 van de wet van 15 mei 2024 houdende de wijziging van het sociaal strafrecht en diverse arbeidsrechtelijke bepalingen.

Een onderaannemer moet steeds een deel van de overeengekomen werken zelf uitvoeren. Het is voor een onderaannemer eveneens verboden om alleen de coördinatie van de uitvoering van de overeenkomst te behouden.

Dit verbod betreft enkel onderaannemers; de opdrachtgever en de hoofdaannemer blijven dus buiten schot. 

Niet-naleving van dit verbod kan worden gesanctioneerd met een sanctie van niveau 4 uit het Sociaal Strafwetboek, dit wil zeggen ofwel een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar en/of een strafrechtelijke geldboete tussen 6.000 en 70.000 EUR, ofwel een administratieve geldboete tussen 3.000 en 35.000 EUR (bedragen voor inbreuken begaan vanaf 1 februari 2026).

Ketenaansprakelijkheid in het Vlaams Gewest

Bent u actief als opdrachtgever, hoofd- of onderaannemer in de bouw-, de schoonmaak- of de vleessector of in het kader van pakketbezorging voor postdiensten én vinden uw activiteiten plaats op het grondgebied van het Vlaams Gewest? Dan moet u rekening houden met de nieuwe regelgeving over ketenaansprakelijkheid die op 1 januari 2026 in werking is getreden voor deze risicosectoren. Deze regels werden ingevoerd door een decreet van 27 juni 2025 en een besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025. 

Binnen deze risicosectoren moet u voortaan aan twee voorwaarden voldoen om geen strafrechtelijke aansprakelijkheid op te lopen wegens illegale tewerkstelling van derdelanders (werknemers of zelfstandigen met een nationaliteit van buiten de EER en Zwitserland):

  • U moet beschikken over een schriftelijke verklaring waarin uw rechtstreekse (onder)aannemer bevestigt dat deze geen illegaal verblijvende derdelanders zal tewerkstellen. Dit is geen nieuwe verplichting.
    én
     
  • U moet voldoen aan de nieuwe zorgvuldigheidsplicht, die u ertoe verplicht een aantal documenten met betrekking tot de derdelanders op te vragen bij uw rechtstreekse (onder)aannemer. Het betreft documenten die aantonen dat de derdelander hier geldig verblijft en werkt. Welke documenten dit precies zijn, hangt af van het type tewerkstelling. Opgelet: deze verplichting geldt ook voor bestaande overeenkomsten! 

Concreet moet u als opdrachtgever, aannemer of onderaannemer de nodige gegevens opvragen bij uw rechtstreekse aannemer of onderaannemer en zorgen dat deze gegevens beschikbaar zijn. U moet de gegevens ter beschikking houden van de sociale inspectiediensten.

Als de gegevens niet aan u bezorgd werden na uw verzoek om deze bij te brengen, dan moet u dat melden aan de Vlaamse Sociale Inspectie, via het elektronische meldloket dat de Vlaamse Sociale Inspectie daarvoor ter beschikking stelt.

Enkel wanneer u deze stappen neemt, beantwoordt u aan uw zorgvuldigheidsplicht en bent u – mits schriftelijke verklaring – gevrijwaard van enige strafrechtelijke aansprakelijkheid in het kader van illegale tewerkstelling van derdelanders. 

Is er alsnog sprake van illegale tewerkstelling, en werd niet aan bovenstaande voorwaarden voldaan, dan riskeert u als opdrachtgever of (onder)aannemer ofwel een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar en/of een strafrechtelijke geldboete tussen 6.000 en 60.000 EUR, ofwel een administratieve geldboete tussen 3.000 en 30.000 EUR (bedragen voor inbreuken begaan vanaf 1 februari 2026). De boetes zijn telkens te vermenigvuldigen met het aantal betrokken werknemers, met een beperking tot maximaal 100. 

Let op met instructies aan andere dan de eigen werknemers

Het is cruciaal om het verbod op terbeschikkingstelling van personeel op elk moment strikt op te volgen en uw personeel en (onder)aannemers hiervan bewust te maken. 

Noch u, noch uw personeel mag instructies geven aan personeel van uw (onder)aannemers. Op dit verbod bestaan enkele beperkte uitzonderingen:

  • voor instructies in verband met aspecten van welzijn op het werk,
  • voor instructies die worden gegeven in uitvoering van de aannemingsovereenkomst; in de overeenkomst moet daarvoor uitdrukkelijk en gedetailleerd bepaald zijn welke instructies precies door de derde kunnen worden gegeven aan de werknemers van de werkgever. Dergelijke instructieclausule mag het werkgeversgezag niet uithollen. 
  • in het kader van de specifieke en strikt geregelde vorm van toegelaten terbeschikkingstelling.

Als u toch verboden instructies zou geven, kan dit verregaande gevolgen hebben:

  • Uw overeenkomst met de (onder)aannemer wordt nietig verklaard.
  • Er komt een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur tot stand tussen u en het personeel van de (onder)aannemer en dit met ingang vanaf het begin van de terbeschikkingstelling. Dit heeft grote impact: als “nieuwe” werkgever staat u ook mee in voor de (niet)-correcte naleving van alle verplichtingen ten aanzien van het personeel van de (onder)aannemer. Is er bijvoorbeeld sprake van illegale tewerkstelling, dan kan u daarvoor mee aansprakelijk worden gesteld, en, afhankelijk van het type inbreuk, stelt u zich ook bloot aan sancties. 
  • U bent samen met de (onder)aannemer hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de lonen, voordelen, vergoedingen en socialezekerheidsbijdragen van de betrokken werknemer(s).
  • U krijgt een administratieve dan wel een strafrechtelijke geldboete opgelegd van niveau 3 van het Sociaal Strafwetboek, dit wil zeggen een strafrechtelijke geldboete tussen 2.000 en 20.000 EUR of een administratieve geldboete van 1.000 tot 10.000 EUR (bedragen voor inbreuken begaan vanaf 1 februari 2026). De boetes zijn telkens te vermenigvuldigen met het aantal betrokken werknemers, met een beperking tot maximaal 100. Verhoging tot niveau 4 is mogelijk wanneer enerzijds het in de betrokken sector toepasselijke minimumloon niet of niet op tijd wordt uitbetaald aan de werknemer, of niet wordt uitbetaald op de datum dat het loon invorderbaar is, en er anderzijds samenloop is met twee of meerdere andere inbreuken. Ook een tijdelijk exploitatie- of beroepsverbod of een bedrijfssluiting zijn mogelijk.

Aan de slag!

Bent u actief in een (onder)aannemingsketen? Dan houdt u maar beter rekening met deze verplichtingen en aandachtspunten om verregaande sancties te vermijden.

Alles begint met een goed opgestelde (onder)aannemingsovereenkomst, waarin duidelijke clausules worden opgenomen om deze verplichtingen te contractualiseren. Daarnaast is het van belang uw personeel bewust te maken te maken van het belang van de naleving van deze verplichtingen en aandachtspunten. Zorg daarom voor de nodige opleidingen. 

Wij staan uiteraard klaar om u hierin bij te staan.