Een goede successieplanning brengt gemoedsrust. De wetgeving, rechtspraak en administratieve standpunten zijn evenwel voortdurend in beweging. U doet er dan ook goed aan om geregeld na te gaan of uw successieplanning nog up-to-date is. Ieder kwartaal zetten wij de belangrijkste ontwikkelingen voor onze praktijk van de afgelopen drie maanden op een rij of diepen wij een actueel thema uit.
In deze kwartaalupdate vindt u een terugblik op het derde kwartaal van 2026:
Op 22 juli 2026 werd een eerste administratieve Circulaire gepubliceerd over de meerwaardebelasting. Dat de maatschap de dans niet ontspringt, was reeds bekend (zie onze eerdere bijdrage). De Circulaire bevestigt dit en de toelichting sluit grotendeels aan bij de eerdere verklaringen van de minister van Financiën, al loont een aandachtige lezing wel de moeite. Hoewel niet alle standpunten van de administratie o.i. correct zijn, worden een aantal punten verduidelijkt:
-
De deelbewijzen van een maatschap kwalificeren als financiële vaste activa. Hun overdracht ten bezwarende titel is dus in principe belastbaar, ook als de maatschap zelf geen financiële vaste activa aanhoudt. Dit kan potentieel zwaar doorwegen voor maatschappen die bijvoorbeeld kunst aanhouden.
-
De meerwaardebelasting speelt bij een inbreng enkel in het geval waarbij de vermogens van de vennoten daadwerkelijk wijzigen, de zogenaamde “impliciete ruil”. De Circulaire stoffeert de “impliciete ruil” met een aantal bijkomende voorbeelden. Zo maakt de inbreng van financiële vaste activa in een maatschap geen verwezenlijking uit zolang de onderlinge verhoudingen tussen de vennoten ongewijzigd blijven, ook niet wanneer de vennoten identieke financiële activa inbrengen waarvan zij voordien de exclusieve eigendom bezaten. Brengen de vennoten daarentegen onderling verschillende activa in, dan is er wel een “impliciete ruil” en dus een gedeeltelijke overdracht. De Circulaire (her)bevestigt daarbij dat de inbrengvrijstelling voor aandelen ook binnen de maatschap geldt.
-
De toetreding van een nieuwe vennoot tijdens de looptijd van de maatschap maakt steevast een realisatie, zonder dat daarbij nader wordt ingegaan op de precieze draagwijdte ervan. In dat verband verduidelijkte een voorafgaande beslissing intussen dat een volledig symmetrische bijkomende inbreng door de bestaande vennoten, zonder uitgifte van nieuwe deelbewijzen, niet kan worden beschouwd als een overdracht ten bezwarende titel.
-
Bij ontbinding van de maatschap is geen meerwaardebelasting verschuldigd, zolang de vennoten in onverdeeldheid blijven of ieder bij de verdeling de activa ontvangt “die zijn proportionele gerechtigdheid weerspiegelen”. Verkrijgen de vennoten daarentegen andere activa dan die waarop zij oorspronkelijk gerechtigd waren, dan zou er wel sprake zijn van een “impliciete ruil”.
De Dienst Voorafgaande Beslissingen (DVB) publiceerde een van de eerste rulings over de nieuwe meerwaardebelasting in het kader van een familiale bedrijfsopvolging. Een echtpaar verkocht zijn aandelen in twee operationele vennootschappen aan een nieuw opgerichte holding van hun zoon. De zoon was reeds enkele jaren sterk betrokken in beide vennootschappen en de overname werd gefinancierd met een banklening en een verkoperslening (vendor loan). De DVB oordeelde dat noch het regime van abnormaal beheer, noch dat van de interne meerwaarde van toepassing was, zodat de meerwaarde onder het gunstigere regime van het aanmerkelijk belang viel. Doorslaggevend was dat de ouders na de overdracht geen controle uitoefenen over de holding. De DVB baseerde zich voorts op een geheel van feitelijke elementen, waaronder de lange bezitsduur, de eenvoudige verrichtingsstructuur, de oprechte familiale opvolgingsdoelstelling, de afwezigheid van overtollige liquiditeiten, het feit dat de doelvennootschappen de overname niet financieren en het feit dat de verkoopprijs niet aan de zoon zal worden geschonken. Deze ruling bevestigt aldus dat een familiale opvolging via een (gedeeltelijke) verkoop van het familiebedrijf aan de kinderen mogelijk blijft, mits zorgvuldige planning.
-
Vlabel publiceerde op 11 september 2026 een derde versie van zijn FAQ over het gunstregime in de schenk- en erfbelasting voor familiale ondernemingen en vennootschappen. In vergelijking met de eerdere versies, die we reeds in een eerdere bijdrage bespraken, bevat deze update geen fundamentele koerswijzigingen. Bijvraag 6.6 bevat echter een welgekomen bevestiging voor passieve holdings. Valt de waarde van de aandelen in een passieve dochter door de holdingbeperking reeds buiten de toepassing van het gunstregime, dan wordt het residentieel vastgoed in die dochter niet nog(maals) afzonderlijk uitgesloten.
-
Afgelopen zomer werd de wet tot hervorming van de personenbelasting (BS 29 juli 2026) aangenomen. De wet kadert in de belofte van de regering-De Wever om de lasten op arbeid te verlagen en werken aantrekkelijker te maken. De hervorming omvat onder andere een geleidelijke verhoging van de belastingvrije som vanaf aanslagjaar 2027. Concreet houdt dit in dat de belastingvrije som zal stijgen van 11.180 euro tot uiteindelijk 15.600 euro voor aanslagjaar 2031. Tegelijk worden de toeslagen voor kinderen ten laste ook verhoogd en deels gelijkgeschakeld. Nu stijgt de belastingvrije som nog exponentieel naarmate het aantal kinderen ten laste toeneemt. Vanaf aanslagjaar 2030 is de toeslag voor twee kinderen ten laste gelijk aan tweemaal de toeslag voor één kind. Vanaf drie kinderen ten laste stijgt de toeslag opnieuw exponentieel.
Ons team volgt de evoluties op het vlak van successieplanning op de voet en begeleidt u graag bij het uitwerken van een successieplanning op maat.