Kwartaalupdate successieplanning – Q2

Een goede successieplanning brengt gemoedsrust. De wetgeving, rechtspraak en administratieve standpunten zijn evenwel voortdurend in beweging. U doet er dan ook goed aan om geregeld na te gaan of uw successieplanning nog up-to-date is. Ieder kwartaal zetten wij de belangrijkste ontwikkelingen voor onze praktijk van de afgelopen drie maanden op een rij of diepen wij een actueel thema uit.

In deze kwartaalupdate vindt u een terugblik op het tweede kwartaal van 2026:

  • Op 21 april 2026 werd de langverwachte wet met betrekking tot de nieuwe meerwaardebelasting gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Op het vlak van successieplanning heeft de nieuwe meerwaardebelasting voornamelijk een belangrijke impact op maatschappen. Vooral voor familiebedrijven en family offices maakt de nieuwe meerwaardebelasting het gebruik van een maatschap als controlevehikel minder interessant (voor meer details zie onze eerdere bijdrage). Op 27 mei 2026 werden eveneens twee Koninklijke Besluiten van 18 mei 2026  met betrekking tot de nieuwe meerwaardebelasting gepubliceerd, die in werking getreden zijn op 1 juni 2026 (KB en KB). In deze Koninklijke Besluiten wordt bijkomende toelichting gegeven omtrent de terugbetaling van de roerende voorheffing, de rapporteringsverplichtingen voor financiële tussenpersonen, de attestverplichting in het kader van de exitheffing en de modaliteiten van de “opt-out” regeling.

  • De Programmawet werd in de nacht van 28 op 29 mei 2026 goedgekeurd door het parlement en werd vervolgens op 1 juni 2026 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De Programmawet bevat, naast tal van andere maatregelen, onder meer een verhoging van de effectentaks van 0,15% naar 0,30% en een verhoging van het tarief in de roerende voorheffing voor uitkeringen onder het regime van de liquidatiereserve en VVPRbis (zie onze eerdere bijdrage).

Voor het VVPRbis-regime geldt voortaan een tarief van 18% (in plaats van 15%) voor alle uitkeringen vanaf 1 juli 2026. Voor uitkeringen die voortkomen uit liquidatiereserves hangt de fiscale behandeling af van het boekjaar waarin de uitgekeerde liquidatiereserves werden aangelegd.

Voor liquidatiereserves die werden aangelegd voor boekjaren die afsluiten uiterlijk op 30 december 2025 geldt een tarief van:

  • 20% voor uitkeringen binnen de 3 jaar;

  • 6,5% voor uitkeringen na 3 jaar, maar binnen de 5 jaar; en

  • 5% voor uitkeringen na 5 jaar.

Voor liquidatiereserves die werden aangelegd voor boekjaren die afsluiten vanaf 31 december 2025 geldt voortaan een tarief van: 

  • 30% voor uitkeringen binnen de 3 jaar; en

  • 9,8% (in plaats van 6,5%) voor uitkeringen na 3 jaar.

  • Wie te veel registratie- of erfbelasting betaalt als gevolg van een onjuiste toepassing van de wet, kan een ambtshalve ontheffing vragen. Dit volgt uit een arrest van het Hof van Cassatie van 2 april 2026 (F.24.0100.N) waarin het Hof oordeelt dat een onjuiste wetstoepassing kwalificeert als een “materiële vergissing” in de zin van de Vlaamse Codex Fiscaliteit en dus recht geeft op terugbetaling van de te veel betaalde belasting. 

Daarmee wordt aan belastingplichtigen een belangrijke mogelijkheid geboden om aanslagen die in het verleden werden gevestigd op grond van de Vlaamse Codex Fiscaliteit, alsnog te betwisten. Meteen wordt ook duidelijk dat de mogelijkheid om een ambtshalve ontheffing te bekomen op grond van de VCF ruimer is dan op grond van het WIB92. Wat inkomstenbelastingen betreft, kwalificeert een onjuiste toepassing van de wet immers niet als een “materiële vergissing” op basis waarvan ambtshalve ontheffing kan worden bekomen.  

  • In een vonnis van 27 januari 2026 bevestigde de rechtbank van eerste aanleg te Gent, in lijn met eerdere rechtspraak van het Hof van Beroep te Gent van 19 november 2024, dat vastgoedactiviteiten kunnen kwalificeren als “economische activiteit” in het kader van het gunstregime in de schenkbelasting voor familiale vennootschappen. De betrokken vennootschap verhuurde en exploiteerde een gevarieerd vastgoedpatrimonium (bestaande uit onder meer een tennishal, een woning, appartementsgebouwen, een handelspand en studio’s). Tegen het standpunt van Vlabel in oordeelde de rechtbank dat deze activiteiten als een economische activiteit konden worden aangemerkt.

Doorslaggevend was dat de vastgoedactiviteit het louter passief beheer van het vastgoedpatrimonium oversteeg en gericht was op het duurzaam genereren van maatschappelijke meerwaarde. De vennootschap realiseerde exploitatiewinsten, droeg aanzienlijke exploitatiekosten en voerde doorheen de jaren omvangrijke herstellingen en uitbreidingen uit. Het vonnis biedt geen algemeen vrijgeleide voor vastgoedvennootschappen, aangezien steeds een beoordeling in concreto van de activiteitsvoorwaarde vereist blijft. Wel zet dit vonnis de positie van Vlabel verder onder druk waar Vlabel oordeelt dat (externe) onroerende verhuur geen economische activiteit uitmaakt.

  • Door het Programmadecreet van 19 december 2025 is residentieel vastgoed sinds 1 januari 2026 principieel uitgesloten van het gunstregime in de Vlaamse schenk- en erfbelasting voor familiale vennootschappen (voor meer details zie onze eerdere bijdrage). Op 29 en 30 juni 2026 werden twee vernietigingsberoepen (rolnummers 8716 en 8712) ingesteld bij het Grondwettelijk Hof tegen (een deel van) deze Programmawet. Beide zaken werden samengevoegd.

Ons team volgt de evoluties op het vlak van successieplanning op de voet en begeleidt u graag bij het uitwerken van een successieplanning op maat.