Op 3 mei 2019 werd het Vlaams decreet houdende de gemeentewegen afgekondigd. Het decreet voorziet in een harmonisatie van de regelgeving met betrekking tot alle gemeentewegen.

Doelstelling van de Vlaamse decreetgever

De gemeentelijke kleine wegen, buurtwegen en trage wegen, waartussen niet steeds duidelijk onderscheid kan worden gemaakt, worden sedert lang door diverse instrumenten gereglementeerd (Buurtwegenwet, Rooilijnendecreet, ruimtelijke uitvoeringsplannen en BPA's).

Het nieuwe decreet zorgt voor een harmonisatie van de bestaande versnipperde regelgeving, niet alleen op het vlak van bevoegdheidstoewijzing, maar ook op procedureel vlak, en dit zowel bij de creatie van nieuwe wegen, als bij de wijziging, verplaatsing of opheffing ervan. Er wordt in één juridisch statuut voorzien voor alle wegen waarvan de gemeente de beheerder is, onafhankelijk van de gebruiker (auto of trage weggebruiker) of "origine" van de weg (buurtweg, verkaveling, Rooilijnendecreet,…).

Met deze harmonisatie wil de decreetgever de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen vrijwaren en verbeteren. Zo moet aan de huidige en toekomstige behoeften inzake zachte mobiliteit kunnen worden voldaan. In dit licht bepaalt het decreet uitdrukkelijk dat een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg een uitzonderingsmaatregel is, die afdoende moet worden gemotiveerd.

Één bevoegde overheid

De gemeenteraad krijgt voortaan de exclusieve bevoegdheid om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen. Zo komt er een einde aan de beslissingsbevoegdheid van de bestendige deputatie over buurtwegen.

In principe zal de gemeenteraad hierover beslissen door de goedkeuring van een gemeentelijk rooilijnplan, waarin de ligging en de breedte van de gemeentewegen wordt vastgelegd.  Het decreet bepaalt de vorm en inhoud van de rooilijnplannen. Net als voorheen, kunnen de rooilijnplannen bovendien een achteruitbouwstrook vastleggen. Indien een gemeenteweg wordt opgeheven, stelt de gemeenteraad een grafisch plan tot opheffing vast. De deputatie en het Departement Mobiliteit en Openbare werken verlenen advies over deze plannen.

Indien de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg echter in een omgevingsvergunningsaanvraag wordt opgenomen (dit is de zogenaamde "zaak der wegen"), zal de gemeenteraad hierover moeten beslissen in het kader van de vergunningsprocedure. Dit veronderstelt wel dat de vergunningsaanvraag een ontwerp van rooilijnplan omvat of een grafisch plan met aanduiding van de op de heffen rooilijn.

Beroep tegen beslissing over de zaak der wegen

Indien een omgevingsvergunningsaanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, moet de gemeenteraad daarover beslissen, vooraleer een omgevingsvergunning kan worden verleend. Het decreet voorziet dat, in het kader van het administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing, ook afzonderlijk tegen de beslissing van de gemeenteraad een georganiseerd administratief beroep bij de Vlaamse regering kan worden ingesteld.

Geen verkrijgende verjaring door dertig jarig niet-gebruik

Net als in het Waals gewest reeds het geval is, wordt ook in het nieuwe Vlaamse decreet de regel van de verkrijgende verjaring wegens dertigjarig niet-gebruik van de gemeenteweg verlaten. Gemeentewegen kunnen hun bestemming van publiek recht van doorgang enkel door een uitdrukkelijke gemeenteraadsbeslissing verliezen. Om de gemeenteraad tot een dergelijke opheffingsbeslissing te brengen, bepaalt het decreet wel dat eenieder bij de gemeente een verzoekschrift kan indienen om op het onbruik van de weg te wijzen.

Ook de vestiging van een publiek recht van doorgang door dertigjarig gebruik vereist een uitdrukkelijke gemeenteraadsbeslissing.

Vergoeding van waardevermindering of waardevermeerdering

De aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan aanleiding geven tot een waardevermindering of waardevermeerdering van de gronden waarop de gemeenteweg gelegen is.

Het decreet bepaalt dat de gemeente aan de eigenaar van de betrokken grond een vergoeding verschuldigd is voor de waardevermindering. De vergoeding voor waardevermeerdering is verschuldigd door de eigenaar van de betrokken grond en komt ten goede aan de gemeente.

De waardevermindering en –vermeerdering wordt vastgesteld door een landemeter-expert, die door de gemeente wordt aangesteld.

Inwerkingtreding

Het decreet treedt in werking op 1 september 2019.