Het jaar 2018 is nog niet uitgewuifd, maar het startschot voor de sociale verkiezingen van 2020 is al gegeven. Op dit ogenblik zijn vooral de wetgever en sociale partners nog aan zet. Niettemin zijn er al een aantal aandachtspunten te onderkennen in de aanloop naar de sociale verkiezingen van 2020. Het is verder uitkijken naar de bekendmaking van het wetsontwerp tot wijziging van de sociale verkiezingswet. 

Voorontwerp van wet  

De Ministerraad van 16 november 2018 heeft op voorstel van Minister van Werk Kris Peeters een voorontwerp van wet goedgekeurd ter voorbereiding van de sociale verkiezingen van 2020.

De sociale verkiezingen, die om de vier jaar plaatsvinden in de ondernemingen (technische bedrijfseenheden) waar de tewerkstellingsdrempel is bereikt, beogen de verkiezing van de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraad en het comité voor preventie en bescherming op het werk.

De vorige sociale verkiezingen, in 2016, werden geregeld door de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen, zoals gewijzigd door de wet van 2 juni 2015.

Met het op 16 november 2018 goedgekeurde voorontwerp beoogt de Ministerraad diezelfde wet van 4 december 2007 opnieuw te wijzigen, met het oog op de sociale verkiezingen van 2020. Het voorontwerp wordt ter advies voorgelegd aan de afdeling Wetgeving van de Raad van State. Pas bij indiening in de Kamer zal de inhoud van het ontwerp bekend worden. 

Wie zijn nieuwsgierigheid niet zo lang kan bedwingen, kan alvast terecht bij advies nr. 2.103 van de Nationale Arbeidsraad (NAR) van 23 oktober 2018. In dit advies onderzoekt de NAR de voorstellen van de FOD Werk over de organisatie van de sociale verkiezingen van 2020.

Wenken voor werkgevers 

We belichten drie highlights uit het advies van de Nationale Arbeidsraad. Het parlementair traject zal uitwijzen of de voorstellen het daadwerkelijk tot wetsbepaling zullen schoppen.

1.   De NAR stelt voor om de sociale verkiezingen te laten plaatsvinden van 11 tot en met 24 mei 2020. Dit houdt in dat de werkgevers de verkiezingsdag in hun onderneming (dag "Y", volgens het jargon) in die periode moeten laten plaatsvinden.

Op basis van de dag "Y" die wordt gekozen, wordt de verkiezingskalender dan vastgeklikt. Volgens de wet van 4 december 2007 duurt de totale procedure, van de voorverkiezingsprocedure tot en met de sociale verkiezingsdag, 150 dagen. Toegepast op mei 2020, zou dit betekenen dat de formele start van de voorverkiezingsprocedure zou vallen in december 2019.

2.   Volgens de wet van 4 december 2007 valt de referentieperiode voor de berekening van de tewerkstellingsdrempel (voor de ondernemingsraad ligt de drempel op 100 werknemers, voor het comité voor preventie en bescherming op het werk op 50 werknemers) samen met het kalenderjaar dat het jaar van de sociale verkiezingen voorafgaat. 

De FOD stelt voor om de referentieperiode te vervroegen, zodat die ten einde is op het moment dat de voorverkiezingsperiode van start gaat. Het is de bedoeling zo te vermijden dat een werkgever die begin december 2019 een procedure voor sociale verkiezingen opstart, bij het einde van de referentieperiode (op 31 december) moet vaststellen dat hij de drempel niet haalt, of vice versa. 

De NAR stemt hiermee in en stelt voor om de referentieperiode vast te leggen van 1 oktober 2018 tot 30 september 2019. Dit houdt dan wel in dat de referentieperiode nu al loopt, en dus dat de huidige evoluties in de tewerkstelling al een impact kunnen hebben op het al dan niet behalen van de tewerkstellingsdrempels en dus op de plicht om in 2020 al dan niet de sociale verkiezingsprocedure te organiseren.

De NAR stelt ook voor om de periode voor de berekening van het aantal uitzendkrachten te vervroegen van het vierde naar het tweede kwartaal van 2019. 

3.   De informatisering van de verkiezingsprocedure schrijdt voort. Het ziet er niet naar uit dat de werknemers in 2020 via hun computer op hun werkplek zullen kunnen stemmen. Het laatste uur van de stembureaus heeft inderdaad (nog) niet geslagen. Maar er is wel te verwachten dat de inzet van webapplicaties zal worden uitgebreid, met name voor elektronische communicatie en mededelingen.

Aandacht voor de technische bedrijfseenheid 

In de aanloop naar de sociale verkiezingen van 2020 komt de technische bedrijfseenheid ("TBE") weer in de schijnwerpers te staan. De TBE is het niveau waarop de sociale verkiezingen moeten worden georganiseerd en waarop vervolgens de overlegorganen worden opgericht. De TBE valt niet noodzakelijk samen met de juridische entiteit van de werkgever. 

De werkgever moet de TBE('s) afbakenen tijdens de voorverkiezingsprocedure. Dit is geen sinecure en (best) geen nattevingerwerk. De afbakening kan namelijk worden betwist. De werkgever moet zijn beslissing dus onderbouwen aan de hand van economische criteria (in verband met de leiding, de organisatie en financiering) en sociale criteria (in verband met de tewerkstelling van personeel), waarbij de sociale criteria primeren. 

Wat vandaag in de onderneming op economisch en sociaal vlak gebeurt, kan een invloed hebben op de afbakening van de TBE's in 2020. 

Besluit 

De aanloop naar de sociale verkiezingen van 2020 is ingezet. Voor de definitieve verkiezingsregels is het nog wachten op de wetgever. Dit neemt niet weg dat werkgevers bij wijzigingen in de onderneming best nu al bijzondere aandacht hebben voor de mogelijke impact daarvan op de TBE('s) en de tewerkstellingsdrempels.