De Administratieve Commissie ter regeling van de Arbeidsrelatie is een sociale ruling-instantie. Partijen bij een arbeidsrelatie kunnen door middel van aanvraag bij de Administratieve Commissie ter regeling van de Arbeidsrelatie rechtszekerheid bekomen over de aard van hun arbeidsrelatie (als werknemer of zelfstandig). Het onlangs gepubliceerde jaarverslag 2014 geeft inzicht in de werking en de beslissingen van de Administratieve Commissie ter regeling van de Arbeidsrelatie.

De Administratieve Commissie ter regeling van de Arbeidsrelatie ("Commissie") is operationeel sinds 2013. In het opstartjaar werden er door de Commissie 6 beslissingen genomen. In 2014 waren dit er al 25.

Bij de Commissie kan een aanvraag ingediend worden door één partij bij een arbeidsrelatie, of gezamenlijk door beide partijen. De aanvraag moet ingediend worden binnen een termijn van één jaar na de aanvang van de arbeidsrelatie. Het is ook mogelijk om een aanvraag in te dienen vóór aanvang van de arbeidsrelatie.

Uit het jaarverslag blijkt dat de Commissie aanvragen heeft gekregen uit diverse activiteitssectoren en zowel uit het Vlaams, het Waals als het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het valt op dat Commissie zich in enkele gevallen uitgesproken heeft over een situatie waarbij gebruik gemaakt wordt van een managementvennootschap.

Uit een inhoudelijke analyse van de beslissingen blijkt dat van de in 2013 en 2014 ingediende aanvragen, er 18 onontvankelijk werden verklaard. De belangrijkste redenen om de aanvraag ontvankelijk te verklaren waren:

  • de aanvraagt gebeurt niet binnen een termijn van één jaar na aanvang van de arbeidsrelatie, 
  • er is een strafrechtelijk, gerechtelijk of administratief dossier hangend of afgehandeld,
  • de arbeidsrelatie is reeds beëindigd, en 
  • de aanvraag is onvolledig. 

In negen van de dertien dossiers die ontvankelijk waren, werd de vooropgestelde kwalificatie bevestigd. In vier gevallen was er een herkwalificatie, namelijk drie keer van zelfstandige naar werknemer en één keer van werknemer naar zelfstandige. Alle beslissingen werden genomen op basis van de algemene criteria bepaald in de Arbeidsrelatieswet. Er zijn dus nog geen beslissingen bekend die betrekking hebben op de zogenaamde risicosectoren waarvoor specifieke criteria werden vastgesteld (werken in onroerende staat, bewaking, transportsector, schoonmaaksector, land- en tuinbouw).

De Commissie ziet zichzelf niet als een orgaan dat schijnzelfstandigheid uit de wereld moet bannen, maar als een sociale ruling-instantie die rechtszekerheid biedt aan aanvragers. Nu er meer zicht is op de wijze waarop de Commissie functioneert en al een dertigtal beslissingen gepubliceerd werden, valt te verwachten dat steeds meer partijen bij een arbeidsrelatie die te goeder trouw twijfelen aan de aard van die arbeidsrelatie, hun drempelvrees zullen overwinnen en een aanvraag zullen indien bij de Commissie. Een troef van de Commissie is ongetwijfeld dat deze binnen een relatief korte termijn (3 maanden) een beslissing neemt over een aanvraag. Dat nog geen enkele beslissing van de Commissie werd aangevochten voor de Arbeidsrechtbank, toont aan dat de betrokkenen zich veelal kunnen vinden in het oordeel van de Commissie.

Het valt te verwachten dat het belang van de Commissie en haar beslissingen in de toekomst alleen maar zal toenemen.