Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen laat de meerderheidsaandeelhouder van bepaalde vennootschappen niet meer toe om de minderheid te dwingen haar effecten aan hem over te dragen. Een uitkoopbod onder het oude Wetboek van Vennootschappen is nog slechts enkele maanden mogelijk.

Het oude Wetboek van Vennootschappen: minderheidsaandeelhouders zijn niet altijd verplicht om hun effecten over te dragen

Het uitkoopbod (ook wel "squeeze-out" genoemd) is de transactie waarbij een meerderheidsaandeelhouder de effecten met stemrecht of die toegang geven tot stemrecht van de overige aandeelhouders wenst over te nemen. Daartoe moet hij, alleen of handelend in onderling overleg met andere personen, 95% van de effecten met stemrecht bezitten.

De rechtsgevolgen van een uitkoopbod verschillen, afhankelijk van de kenmerken van de doelvennootschap:

  • Voor zover het uitkoopbod betrekking heeft op een vennootschap die "een openbaar beroep op het spaarwezen doet of heeft gedaan", worden de effecten geacht van rechtswege op de meerderheidsaandeelhouder over te gaan. Op die manier worden alle aandelen, converteerbare obligaties en inschrijvingsrechten overgedragen, ook als de eigenaars ervan niet hebben gereageerd of zich tegen deze overdracht hebben verzet. Het uitkoopbod is in dat geval dus een "gedwongen" uitkoopbod.
  • Indien het uitkoopbod daarentegen geen betrekking heeft op een dergelijke vennootschap, dan zullen de effecten waarvan de eigenaar uitdrukkelijk en schriftelijk heeft aangegeven dat hij er geen afstand van wenst te doen, niet worden overgedragen. Zo genieten de minderheidsaandeelhouders van een mogelijkheid tot "opt-out".

Het nieuwe Wetboek beperkt het toepassingsgebied van de "gedwongen" uitkoopbiedingen

Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen maakt echter komaf met de notie "vennootschap die een openbaar beroep op het spaarwezen doet of heeft gedaan" en kiest voor een eenvormige toepassing van de notie "genoteerde vennootschap". Deze laatste notie is bovendien voortaan beperkt tot vennootschappen waarvan de aandelen, winstbewijzen of aandelencertificaten zijn genoteerd.

Het is naar deze ingeperkte notie van "genoteerde vennootschap" dat het nieuwe Wetboek verwijst wanneer het de juridische gevolgen van een uitkoopbod bepaalt: alleen als het uitkoopbod op zo'n genoteerde vennootschap betrekking heeft, kan de meerderheidsaandeelhouder de minderheid dwingen om haar effecten aan hem over te dragen, zelfs indien de minderheidsaandeelhouders zich ertegen hebben verzet.

Vennootschappen waarvan alleen de obligaties zijn genoteerd, voldoen bijvoorbeeld niet meer aan de definitie van genoteerde vennootschap. Bijgevolg vallen zij buiten het toepassingsgebied van het "gedwongen" uitkoopbod. Dit geldt ook voor vennootschappen die een publiek beroep op het spaarwezen doen of hebben gedaan via een openbaar aanbod tot inschrijving, tot verkoop of tot omruiling van obligaties of aandelen, zonder dat hun aandelen, winstbewijzen of aandelencertificaten genoteerd zijn. De meerderheidsaandeelhouders van dergelijke vennootschappen zullen de minderheid dus niet kunnen dwingen om hun effecten aan hen over te dragen.

Ga nog dit jaar over tot uw uitkoopbod!

Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen is vanaf 1 januari 2020 van toepassing op bestaande vennootschappen, voor zover zij geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid tot opt-in, waarmee zij zich reeds voor deze datum aan de bepalingen van het nieuwe Wetboek onderwerpen.

Vanaf die datum (of vanaf een vroegere datum bij opt-in) zullen de uitkoopbiedingen op vennootschappen die onder het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen hun "publiek" of "genoteerd" karakter verliezen, niet langer "gedwongen" zijn zoals dat onder het oude Wetboek van Vennootschappen het geval was. Voor de 95%-meerderheidsaandeelhouders van zulke vennootschappen zal het dus niet langer mogelijk zijn om de minderheid te dwingen haar effecten aan hen over te dragen, aangezien minderheidsaandeelhouders onder het nieuwe Wetboek over een mogelijkheid tot opt-out beschikken. Deze meerderheidsaandeelhouders moeten dus nagaan of het al dan niet aangewezen is om nog vόόr het nieuwe Wetboek op hen van toepassing wordt tot een uitkoopbod over te gaan met het oog op de verwerving van alle uitstaande effecten.