De Brusselse ordonnantiegever heeft met een ordonnantie van 4 april 2019 de inwerkingtreding van de hervorming van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) en van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen (OMV) uitgesteld, door kleine wijzigingen aan te brengen. Een deel van de hervorming is weliswaar reeds op 20 april 2019 in werking getreden, maar de hervorming zal pas ten volle uitwerking hebben vanaf 1 september 2019.

Achtergrond

De Brusselse ordonnantiegever heeft op 30 november 2017 een ordonnantie tot hervorming van het BWRO en de OMV en tot wijziging van aanverwante wetgevingen aangenomen, die op 20 april 2018 in het Belgisch Staatsblad werd bekendgemaakt. De hervorming had tot doel de regels met betrekking tot de ruimtelijke ordening en de milieuvergunningen te vereenvoudigen en te rationaliseren. Tegelijk was het de gelegenheid om de rechtspraak van de Raad van State en de Europese richtlijnen in deze wetgevende instrumenten te integreren. De inwerkingtreding van deze omvangrijke ordonnantie van om en bij de 350 artikelen was voorzien in twee fases: de wijzigingen met betrekking tot planning, de stedenbouwkundige verordeningen en de stedenbouwkundige inlichtingen ("fase 1") zijn op 30 april 2018 in werking getreden. De andere materies ("fase 2") moesten op 20 april 2019 in werking treden.

De tekst van de ordonnantie bevatte echter materiële fouten, zodat de rechtszekerheid gebood dat deze zouden worden rechtgezet vóór de deadline van 20 april 2019. Daarenboven kon de update van het informaticatiesysteem, die noodzakelijk is voor het goede beheer van de onderzoeksprocedures van de vergunnings- of attestaanvragen, niet vóór die datum worden afgerond. Bovendien hadden de administraties een bijkomende termijn nodig om kennis te nemen van de uitvoeringsbesluiten die door de Regering werden aangenomen.

Daarom stelde de ordonnantie van 4 april 2019 de inwerkingtreding van het merendeel van de hervorming uit naar 1 september 2019, hoewel bepaalde wijzigingen uit de ordonnantie van 30 november 2017 reeds op 20 april 2019 in werking zijn kunnen treden. De ordonnantie van 4 april 2019 bevat eveneens verbeteringen aan de ordonnantie van 30 november 2017, die ook op 1 september 2019 in werking zullen treden.

Wijzigingen die op 20 april 2019 in werking zijn getreden

Hoewel het merendeel van de bepalingen van fase 2 van de hervorming van het BWRO en de OMV dus op 1 september 2019 in werking zullen treden, zijn drie wijzigingen aan de regelgeving al sinds 20 april 2019 van toepassing, aangezien zij geen actualisering van de procedures, noch een aanpassing van het informaticasysteem vereisten:

De actualisering van de lijst van de projecten die aan een effectenverslag of aan een effectenstudie zijn onderworpen

In bijlage A bij het BWRO worden de projecten die aan een effectenstudie zijn onderworpen opgesomd. Bepaalde rubrieken werden opgeheven, van anderen werden de drempels of de omschrijving gewijzigd. Ter illustratie: het woord "aanleg"/"bouw" werd voor bepaalde werken geschrapt om te bevestigen dat een sloopproject van een bouwwerk dat aan een effectenstudie is onderworpen eveneens het voorwerp moet uitmaken van een dergelijke studie. Rubriek 17 voorziet voortaan trouwens dat een parking slechts vanaf 400 parkeerplaatsen, in plaats van 200, aan de verplichting tot uitvoering van een effectenstudie is onderworpen.

Aan bijlage B van het BWRO, waarin de projecten die aan een effectenverslag zijn onderworpen worden opgesomd, werden eveneens gelijkaardige wijzigingen aangebracht. Eén van die wijzigingen betreft, zoals in bijlage A, ook de schrapping van het woord "aanleg"/"bouw" in de omschrijving van verschillende rubrieken. Een nieuwe rubriek 32 werd ingevoegd om woningen met een vloeroppervlakte van meer dan 2.500 m² aan de verplichting van het effectenverslag te onderworpen. Rubriek 31 werd overigens ook gewijzigd en geldt voortaan voor handelsvestigingen waarvan de vloeroppervlakte tussen 1.250 m² en 5.000 m² bedraagt in plaats van handelsvestigingen met een netto handelsoppervlakte groter dan 1.000 m².

De veralgemening van het mechanisme van milieuvergunningen

Vanaf 20 april 2019 laat artikel 62 van de OMV voortaan toe dat de milieuvergunning, met uitzondering van de milieuvergunning voor tijdelijke inrichtingen, kan worden verlengd op het einde van de geldigheidsduur. De aanvraag tot verlenging moet ten laatste één jaar, maar niet vroeger dan twee jaar, vóór het verstrijken van de milieuvergunning worden ingediend. Een reeds vervallen milieuvergunning kan niet het voorwerp zijn van een verlenging. Wanneer een aanvrager bij het uitblijven van een antwoord op zijn vergunningsaanvraag een herinnering stuurt en de bevoegde overheid nog steeds niet antwoordt, kan de stilzwijgende verlenging van de vergunning slechts gebeuren indien het aanvraagdossier voor de verlenging volledig is, om zo te vermijden dat een aanvrager een verlenging verkrijgt zonder dat hij de effectenevaluatie van zijn ingedeelde inrichtingen heeft geactualiseerd.

De wijziging van de lijst van de inrichtingen van klasse I.A die aan een milieuvergunning zijn onderworpen

Bijlage I van de ordonnantie van 22 april 1999 stelt de lijst vast van de inrichtingen van klasse I.A die aan een milieuvergunning zijn onderworpen. Verschillende rubrieken werden opgeheven, zoals rubriek 223 "inrichting voor het kunstmatig bijvullen van grondwater met een dagelijkse watercapaciteit van meer dan 20.000 m³", of rubriek 233 "parkeerterreinen in open lucht voor motorvoertuigen van meer dan 200 plaatsen". Andere rubrieken werden gewijzigd, namelijk met het oog op de verruiming of de verduidelijk van het toepassingsgebied, zoals rubriek 222, die voortaan verduidelijkt dat zij, voor een debiet hoger dan 20.000 m³/dag, niet alleen op grondwaterwinning, maar ook op elke inrichting voor het kunstmatig bijvullen van grondwater betrekking heeft. Een aantal wijzigingen verhogen ook de drempels, zoals die van rubriek 224, die voorheen slechts betrekking had op garages, overdekte parkeerplaatsen waar motorvoertuigen worden geparkeerd met meer dan 200 voertuigen of aanhangwagens, maar die voortaan ook overdekte parkings en parkings in openlucht die buiten de openbare weg liggen, voor motorvoertuigen (motorfietsen, personenwagens, bestelwagens, vrachtwagens, autobussen, …) of aanhangwagens van meer dan 400 plaatsen omvat.

Wijzigingen die op 1 september 2019 in werking zullen treden

De overige wijzigingen aan het BWRO en de OMV, die op 1 september 2019 in werking zullen treden, hebben betrekking op verschillende luiken:

Het onderzoek van de stedenbouwkundige en milieuvergunningen

De hervorming beoogt op middellange termijn de eenmalige vergunning in te voeren, namelijk een vergunning waarin in één beslissing zowel de stedenbouwkundige als de milieuvergunning worden geïntegreerd die vereist zijn voor een gemengd project. Daarom voorziet de ordonnantie van 30 november 2017 in spiegelbepalingen in het BWRO en de OMV om de concordantie tussen beide procedures te verzekeren. Onder deze wijzigingen kan verwezen worden naar de invoering van strikte termijnen in het onderzoek van een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning: in navolging van wat geldt onder de OMV, zullen de termijnen die gelden in het kader van het onderzoek van een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning niet langer termijnen van orde zijn, maar vervaltermijnen, waarvan de niet-naleving betekent dat de vergunningverlenende overheid de aanvraag heeft geweigerd.

De integratie van het opstellen van de effectenstudie in de vergunningverleningstermijn

Voor de projecten waarvoor een effectenstudie moet worden opgesteld (projecten uit Bijlage A bij het BWRO), kan een vergunningsaanvraag voor een stedenbouwkundige of milieuvergunning met een "voorbereidende nota voor de effectenstudie" ingediend worden. De effectenstudie wordt vervolgens, binnen een termijn van zes maanden (in uitzonderlijke omstandigheden verlengbaar) opgesteld. Het is daarbij niet meer vereist dat het bestek van de effectenstudie voorafgaand aan een afzonderlijk openbaar onderzoek wordt onderworpen. Eens het begeleidingscomité beslist dat de effectenstudie volledig is, wordt deze afgesloten, en kent de vergunningsprocedure zijn verder verloop, waarbij de vergunningsaanvraag samen met de effectenstudie aan de speciale regels van openbaarmaking (openbaar onderzoek en behandeling in de overlegcommissie), en aan het advies van de adviesverlenende instanties wordt onderworpen. De beslissing over de vergunning moet ter kennis worden gebracht binnen de 450 dagen na de datum van verzending van het ontvangstbewijs van de vergunningsaanvraag.

Het erfgoed

De hervorming voert een nieuwe actor in, de "gemachtigd ambtenaar erfgoed". Hij is bevoegd om de stedenbouwkundige vergunning te verlenen wanneer die vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op een onroerend goed dat, geheel of gedeeltelijk, is ingeschreven op de bewaarlijst of beschermd is of waarvan de procedure tot inschrijving of bescherming lopend is, ongeacht of de handelingen en werken al dan niet betrekking hebben op de delen van het goed die staan ingeschreven op de bewaarlijst of beschermd zijn, of die het voorwerp uitmaken van een procedure tot inschrijving of bescherming.

Stedenbouwkundige misdrijven

Er wordt een versnelde procedure voor de regularisatievergunning ingevoerd, die tot doel heeft om het recht met de feiten te laten overeenstemmen voor onwettige toestanden die vóór 1 januari 2000 werden tot stand gebracht overeenkomstig de toenmalige of huidige regelgeving. Om van deze versnelde procedure te genieten, is vereist dat de werken destijds niet aan een effectenevaluatie waren onderworpen en dat vandaag nog steeds niet zijn en dat er een gunstig voorafgaand advies is van de Dienst voor Brandweer en voor Dringende Medische hulp.