Verstopt in de wet van 3 september 2017 betreffende niet-financiële informatie werd aan door de overheid of publiekrechtelijke rechtspersonen gecontroleerde vennootschappen een nieuwe verplichting opgelegd om, parallel met de jaarrekening, een remuneratieverslag neer te leggen bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België. Wij merken dat niet alle vennootschappen op de hoogte zijn van deze nieuwe verplichting. In veel gevallen is het echter nog niet te laat om zich in regel te stellen.


De wet van 3 september 2017 betreffende de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde grote vennootschappen en groepen (BS 11 september 2017) bevat, naast de bepalingen die een omzetting zijn van de Richtlijn 2014/95/EU, ook een nieuwe verplichting voor vennootschappen waarin de overheid of een of meer publiekrechtelijke rechtspersonen controle uitoefenen. Het nieuwe artikel 100, §1, 6°/3 van het Wetboek van vennootschappen legt aan die vennootschappen de verplichting op om, parallel met de jaarrekening, een remuneratieverslag neer te leggen bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België. 

Het toepassingsgebied van de verplichting wordt bepaald door de begrippen overheid en controle. Onder het begrip overheid vallen onder andere de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de provincies, de gemeenten, de intercommunales en de openbare instellingen. Met "openbare instellingen" worden de instellingen met rechtspersoonlijkheid bedoeld die het openbaar belang nastreven en die werden opgericht of erkend door de overheid en aan administratieve en financiële controle van de openbare machten zijn onderworpen.

Voor het controlebegrip verwijst de nieuwe wetsbepaling naar artikel 5 W.Venn.: de bevoegdheid om in rechte of in feite een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van de meerderheid van bestuurders of zaakvoerders of op de oriëntatie van het beleid. Dit is het gebruikelijke controlebegrip, dat dus niet beperkt is tot het bezit van de meerderheid van de stemrechten, maar ook kan bestaan op andere (bijvoorbeeld contractuele) gronden, en zelfs louter feitelijk kan zijn. Gezamenlijke controle is eveneens controle. Dit betekent dat ook wanneer de overheid slechts een minderheidsparticipatie heeft, maar bijvoorbeeld op grond van een aandeelhoudersovereenkomst of een specifieke wettelijke regeling een vinger in de pap heeft bij de belangrijke beleidsbeslissingen, de verplichting ook geldt. Bovendien is onrechtstreekse controle via een dochtervennootschap ook controle. De nieuwe regels gelden dus downstream voor alle (Belgische) vennootschappen die rechtstreeks of onrechtstreeks door de overheid worden gecontroleerd.

Dit remuneratieverslag is wel een stuk beperkter dan het klassieke remuneratieverslag voor (onder meer) genoteerde vennootschappen, zoals bedoeld in artikel 96, § 3 W.Venn. Het slaat enkel op de vergoeding van bestuurders, in hun hoedanigheid van bestuurder. Het verslag moet op individuele basis een overzicht geven van het bedrag van alle vergoedingen – zowel geldelijke voordelen als voordelen in natura – die rechtstreeks of onrechtstreeks door de vennootschap zelf en elke vennootschap die tot haar consolidatiekring behoort, aan de bestuurders werden toegekend voor hun mandaat als lid van de raad van bestuur. Het betreft dus niet de andere vergoedingen die een bestuurder eventueel als werknemer van de vennootschap of onder een managementovereenkomst zou ontvangen. 

Het toepassingsgebied ratione personae van deze nieuwe regels is dus zeer ruim. Heel wat vennootschappen van allerlei pluimage worden erdoor gevat. De regels zijn bovendien van toepassing vanaf de verslaggeving over het boekjaar 2017 (of het boekjaar dat aanvangt in 2017). Het remuneratieverslag moet met andere woorden voor de eerste keer worden neergelegd bij de NBB binnen dertig dagen na de goedkeuring van de jaarrekening 2017. Wij merken in de praktijk dat niet alle betrokken vennootschappen van deze nieuwe verplichting op de hoogte zijn. In veel gevallen is het nog niet te laat om zich in regel te stellen. Dit specifieke remuneratieverslag moet immers – volgens de letter van de wet – niet door de algemene vergadering worden goedgekeurd, noch door de commissaris als zodanig worden gecontroleerd. Het moet wel, net als de andere stukken vermeld in artikel 100 W.Venn., volgens de gewone regels aan de aandeelhouders ter beschikking worden gesteld vóór de gewone algemene vergadering.