Uiterlijk tegen 1 januari 2019 moeten de sociale partners per sector een CAO sluiten die werknemers die ontslagen worden met een opzeggingstermijn van 30 weken of een daarmee overeenstemmende opzeggingsvergoeding, recht geeft op een ontslagpakket dat voor één derde bestaat uit maatregelen die de inzetbaarheid van de werknemer op de arbeidsmarkt verhogen. Wanneer een werknemer, bij gebrek aan sectorale CAO, vanaf 1 januari 2019 het hele ontslagpakket als opzeggingstermijn presteert of een daarmee corresponderende opzeggingsvergoeding ontvangt, dan zijn de werkgever en de werknemer een bijzondere socialezekerheidsbijdrage verschuldigd. Aangezien de sociale partners hierover nog geen CAO's hebben gesloten, zal een ontslag vanaf 1 januari 2019 wellicht duurder worden. 


Maatregelen ter bevordering van de inzetbaarheid

De wetgever heeft de afgelopen jaren verschillende maatregelen genomen om ontslagen werknemers de nodige instrumenten aan te reiken om zo snel mogelijk terug aan het werk te gaan. De wet eenheidsstatuut voerde voor de werkgever de verplichting in om outplacement aan te bieden aan werknemers die ontslagen worden met een opzeggingstermijn van minstens 30 weken of een daarmee corresponderende opzeggingsvergoeding. 

Deze wet legt de sectoren ook op om de nodige maatregelen te nemen ter bevordering van de inzetbaarheid van werknemers. De werkgever moet een deel van het ontslagpakket aanwenden voor maatregelen die hun inzetbaarheid verhogen, zoals outplacement, opleidingen op maat of een individuele loopbaanbegeleiding. Deze verplichting geldt ook alleen voor werkgevers die werknemers ontslaan met een opzeggingstermijn van minstens 30 weken of een daarmee corresponderende opzeggingsvergoeding. 

Op basis van de wet eenheidsstatuut moet het ontslagpakket dus bestaan uit: 

  1. een te presteren opzeggingstermijn of een opzeggingsvergoeding overeenstemmende met de opzeggingstermijn, die 2/3 van het ontslagpakket uitmaakt; en 
  2. maatregelen die de inzetbaarheid van de werknemer op de arbeidsmarkt verhogen, ter waarde van 1/3 van het ontslagpakket.

De regeling inzake inzetbaarheidsverhogende maatregelen mag niet tot gevolg hebben dat de opzeggingstermijn of de daarmee corresponderende opzeggingsvergoeding korter wordt dan 26 weken.

De wet eenheidsstatuut gaf aan de sectoren de opdracht om uiterlijk tegen 1 januari 2019 CAO's te sluiten over de inzetbaarheidsverhogende maatregelen. Het is de bedoeling dat de Nationale Arbeidsraad (NAR) tussen 1 januari 2019 en 30 juni 2019 deze regelingen per bedrijfstak inventariseert en evalueert. Voorlopig werden er echter nog geen sectorale CAO's gesloten. 

De werkgever kan niet zelf een regeling uitwerken op ondernemingsniveau voor het geval de sociale partners nalaten sectorale CAO's te sluiten.

Bijkomende socialezekerheidsbijdrage voor werkgever en werknemer

Bij gebrek aan sectorale CAO's tegen 1 januari 2019, moeten werkgevers en werknemers een bijzondere socialezekerheidsbijdrage betalen wanneer de arbeidsovereenkomst door de werkgever wordt beëindigd. De bijkomende socialezekerheidsbijdrage is enkel verschuldigd in geval van ontslag met een opzeggingstermijn (of opzeggingsvergoeding) van minstens 30 weken. 

De bijzondere bijdrage moet worden betaald bovenop de normale socialezekerheidsbijdragen en bestaat uit een werkgeversbijdrage van 3% en een werknemersinhouding van 1%. Deze bijzondere bijdrage zal geheven worden op het loon dat overeenstemt met 1/3 van de opzeggingstermijn of de daarmee corresponderende opzeggingsvergoeding. 

Alsnog een akkoord tussen de sociale partners? 

Vermits er tot nu toe nog geen sectorale CAO's gesloten werden met betrekking tot de inzetbaarheidsverhogende maatregelen, verzocht de Groep van 10 (bestaande uit vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties) de Minister van Werk om het dossier in de NAR te bespreken. Het is de bedoeling om op die manier alsnog tot een (intersectoraal) akkoord te komen en een hogere ontslagkost te vermijden. Het is nu afwachten of de sociale partners op korte termijn tot een akkoord komen. Indien dat niet lukt, wordt een werknemer ontslaan vanaf 1 januari 2019 duurder.