Op 24 juni 2016 nam de raad van de Europese Unie twee nieuwe verordeningen aan die beogen zekerheid te creëren over het vermogensrecht van koppels die een huwelijk of geregistreerd partnerschap aangaan met een grensoverschrijdend karakter. De nieuwe regels zullen enkel gelden voor huwelijken en geregistreerde partnerschappen aangegaan of procedures ingeleid na 29 januari 2019 en dit enkel in de toegetreden lidstaten.

Toepassingsgebied

De Verordeningen 2016/1103 en 2016/1104 beogen een nauwere samenwerking van de lidstaten op het gebied van de bevoegdheid, het toepasselijk recht en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen aangaande de vermogensrechtelijke betrekkingen tussen echtgenoten en koppels met een geregistreerd partnerschap. Onder het Belgisch recht vallen de wettelijk samenwonenden onder deze laatste categorie. De Verordeningen zijn genderneutraal geformuleerd en streven een gelijke behandeling na van gehuwden en wettelijk samenwonenden. Gelet op de toenemende mobiliteit van koppels en de globalisering, is de nieuwe regelgeving geen slechte zaak.

De Verordeningen regelen zowel het dagelijks beheer van het vermogen van de partners, als de vereffening van dit vermogen bij echtscheiding of overlijden. De materies die reeds door andere Europese instrumenten zijn geregeld, zoals bijvoorbeeld de onderhoudsverplichtingen en het erfrecht, zijn van het toepassingsgebied van de Verordeningen uitgesloten.

Aangezien er geen unanimiteit tussen alle lidstaten bestond over de inhoud van de Verordeningen, kreeg iedere lidstaat de mogelijkheid om al dan niet toe te treden. 18 lidstaten bevestigden reeds hun toetreding, met name België, Cyprus, Bulgarije, Tsjechië, Duitsland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Kroatië, Italië, Luxemburg, Malta, Nederland, Portugal, Slovenië, Oostenrijk, Finland en Zweden.

Harmonisatie

De harmonisatie werkt op drie klassieke niveaus, om zo de volgende vragen te beantwoorden: (i) welke rechtbank is bevoegd?, (ii) welk recht moet worden toegepast?, en (iii) hoe verloopt de tenuitvoerlegging?

Bevoegdheid "gerecht"

Het begrip "gerecht" wordt in de Verordeningen ruim opgevat: niet alleen rechtbanken in de strikte zin vallen er onder, maar bijvoorbeeld ook notarissen die gerechtelijke taken vervullen.

Een gerecht van een lidstaat dat werd gevat in het kader van een erfgeschil of de ontbinding van een huwelijk of wettelijke samenwoning, zal ook bevoegd zijn om kennis te nemen van de vermogensrechtelijke gevolgen die er verband mee houden. Zo zal een notaris die op basis van de Erfrechtverordening belast is met de vereffening-verdeling van de nalatenschap van een echtgenoot, óók bevoegd zijn voor de vereffening-verdeling van de ontbonden huwgemeenschap. Wanneer er geen sprake is van een erfgeschil of echtscheiding (bijvoorbeeld wanneer echtgenoten hun huwelijksvermogensstelsel willen wijzigen) zal het gerecht van de gewone verblijfplaats van de partners bevoegd zijn, tenzij ze met een bevoegdheidsovereenkomst een ander gerecht aanwezen.

Toepasselijk recht

Partners kunnen ervoor kiezen het recht van hun gewone verblijfplaats of van de nationaliteit van één van de partners toe te passen. Indien geen rechtskeuze werd gedaan, zal de vermogensrechtelijke relatie beheerst worden door het recht van de staat waar de gehuwden hun eerste gemeenschappelijke verblijfplaats hadden, en bij gebrek daaraan dat van de staat waarvan beide echtgenoten op het tijdstip van de huwelijkssluiting de nationaliteit bezitten, dan wel deze waarmee zij de nauwste band hebben.

De vermogensrechtelijke gevolgen van een geregistreerd partnerschap worden (bij afwezigheid van rechtskeuze) beheerst door het recht van de staat die het partnerschap tot stand bracht.

Erkenning en tenuitvoerlegging

Ten slotte voeren de Verordeningen een eenvormige procedure in voor de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen en authentieke akten. De lidstaten moeten elkaars titels zonder enige verdere procedure erkennen en de tenuitvoerlegging ervan toestaan indien zij daartoe worden verzocht. De gronden tot weigering worden op Europees niveau ook geharmoniseerd en tot een strikt minimum beperkt.

Inwerkingtreding

Enkel partners die na 29 januari 2019 in het huwelijk treden of een geregistreerd partnerschap aangaan, zullen een beroep kunnen doen op de nieuwe bepalingen betreffende het toepasselijk recht. De regels voor de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging zullen pas van toepassing zijn op rechtsvorderingen ingesteld of authentieke akten geregistreerd na 29 januari 2019.