In februari 2015 besliste het Brusselse Hof van Beroep – op verzoek van een aantal cliënten van Eubelius – dat huiszoekingen op basis van de Belgische mededingingswet enkel mogelijk zijn mits voorafgaande machtiging door een onafhankelijk rechter.

De Belgische Mededingingsautoriteit had het Hof van Cassatie gevraagd dit arrest te vernietigen. Dat verzoek is afgewezen door het Hof van Cassatie op 26 april 2018. Het arrest van het Hof van Cassatie bevestigt dat huiszoekingen zonder rechterlijke machtiging onwettig zijn. 

De vereiste van een voorafgaande rechterlijke machtiging is sinds 2013 ook opgenomen in de mededingingswet (Boek IV van het Wetboek Economisch Recht). 

In het thans gewezen arrest bevestigt het Hof van Cassatie eveneens dat geen gebruik mag worden gemaakt van bewijsmateriaal dat tijdens onwettige huiszoekingen in beslag wordt genomen of dat dankzij die huiszoekingen wordt verkregen. De Belgische Mededingingsautoriteit had aangevoerd dat zij onrechtmatig verkregen bewijs toch zou mogen gebruiken op basis van de zogenaamde "Antigoon-rechtspraak". In strafzaken wordt erkend dat een fout met betrekking tot de bewijsvergaring slechts in bepaalde gevallen kan leiden tot de uitsluiting van het bewijsmateriaal. Het Hof van Cassatie neemt die rechtspraak echter niet over in mededingingszaken. Het arrest van 26 april overweegt dat passend herstel van een onwettige huiszoeking in een kartelprocedure slechts kan worden gerealiseerd door alle bewijsmateriaal te weren dat is verkregen bij en op grond van de huiszoeking.