Op 20 november 2016 heeft de Europese Commissie haar winterpakket "Clean Energy for all Europeans" afgekondigd dat tot doel heeft om de competitiviteit van de Europese Unie op de energiemarkten bij de transitie naar milieuvriendelijke energie te verzekeren. In dat verband werden in december 2018 drie nieuwe Europese wetgevende teksten gepubliceerd. Deze teksten beogen de governance van de energie-unie te versterken, de energie-efficiënte te verhogen en hernieuwbare energie te promoten. Hiermee neemt de Europese Unie een belangrijke stap voorwaarts richting een echte Energie-unie.

Context

Het winterpakket "Clean Energy for all Europeans" beoogt de doelstellingen van de Europese Unie op het vlak van energie en klimaat, vastgelegd in het Akkoord van Parijs van 2015, te behalen. Dit winterpakket voorziet in totaal in acht nieuwe wetgevende initiatieven, die uiteindelijk de Europese Unie zouden moeten toelaten om tegen 2030 de uitstoot van CO2 met 45% te verminderen ten opzichte van 1990. De eerste stap in die richting werd gezet op 14 mei 2018, toen de Raad van de Europese Unie een amendement heeft aangenomen bij Richtlijn 2010/31/EU met betrekking tot de energieprestatie van gebouwen. Krachtens dat amendement zijn de Lidstaten voortaan verplicht om een renovatiestrategie op lange termijn uit te werken en om tegen 2050 publieke en private gebouwen om te vormen tot energiezuinige en CO2-neutrale gebouwen. Vandaag gaat de hervorming verder met de bekendmaking op 21 december 2018 van drie nieuwe instrumenten die op 24 december 2018 in werking zijn getreden: Verordening (EU) 2018/1999 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, Richtlijn 2018/2002 houdende wijziging van Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie en Richtlijn 2018/2001 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen.

De Verordening inzake de governance van de energie-unie

Het eerste luik van deze driedelige hervorming is opgenomen in Verordening 2018/1999 inzake de governance van de energie-unie (Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie). De Verordening voorziet in een politiek proces waarbij de Lidstaten en de Europese Commissie moeten samenwerken, en in samenwerkingsmodaliteiten tussen de Lidstaten. De bedoeling is dus om een robuust systeem van governance uit te bouwen dat convergentie verzekert tussen de nationale en de Europese doelstellingen, maar met een zekere ingebouwde soepelheid om zich aan de nationale eigenheden en noden aan te passen. In dat verband moest elke Lidstaat vóór 31 december 2018 een nationaal plan voor de periode 2021-2030 uitwerken op het vlak van energie en klimaat. Deze ontwerpplannen worden momenteel geëvalueerd en becommentarieerd door de Europese Commissie. De finale nationale plannen zullen elk wat hen betreft vóór 31 december 2019 aan de Europese Commissie moeten worden bezorgd. De plannen zullen de vijf dimensies van de strategie van de energie-unie moeten dekken, namelijk: energiezekerheid, onderzoek, innovatie en competitiviteit, de interne energiemarkt, energie-efficiëntie, en een koolstofvrij energiesysteem. Ze moeten eveneens een daadwerkelijke inbreng in het proces verzekeren van alle actoren op het terrein, en dit zowel van investeerders, van burgers, als van lokale en regionale entiteiten. De implementatie van deze plannen zal vervolgens het voorwerp uitmaken van een tweejaarlijks rapport dat de Lidstaten onder toezicht van de Europese Commissie zullen moeten opmaken.

Richtlijn "Energie-efficiëntie"

Behalve de verbetering van het systeem van governance van de energie-unie, heeft de Europese Unie ook haar engagement herbevestigd om een versterkte energie-efficiëntie te verzekeren. In 2016 heeft de Europese Unie zich tot doel gesteld om de energie-efficiëntie tegen 2020 met 20% te verbeteren. De gewijzigde Richtlijn betreffende energie-efficiëntie (Richtlijn (EU) 2018/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 houdende wijziging van Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie) legt aan de Lidstaten een nieuwe doelstelling op het vlak van energie-efficiëntie op: de energie-efficiëntie in de Europese Unie zal tegen 2030 met minstens 32,5% moeten toenemen. Tegelijkertijd werd een herzieningsclausule opgenomen die toelaat om deze doelstelling vanaf 2023 naar boven te herzien. Naast deze ambities, versterkt de richtlijn ook de regels in verband met de bemetering van het individueel energiegebruik en met de berekening van de thermische energie door te verduidelijken dat energieverbruikers in appartementsgebouwen en multifunctionele gebouwen het recht hebben om op regelmatigere basis informatie te verkrijgen over hun energieverbruik. De Lidstaten zullen bovendien transparante en voor het publiek toegankelijke normen op moeten stellen voor de verdeling van de kosten voor verwarming, koeling en het warmwaterverbruik in deze gebouwen. De Lidstaten hebben tot 25 juni 2020 de tijd om de nodige wijzigingen door te voeren met het oog op de omzetting van de Richtlijn.

Richtlijn "Hernieuwbare energie"

De Richtlijn "Hernieuwbare Energie" (Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen) legt eveneens een nieuwe bindende doelstelling op het vlak van energie vast: tegen 2030 zal 32% van de in de Europese Unie geproduceerde energie uit hernieuwbare bronnen moeten worden opgewekt. Bovendien moeten de brandstofleveranciers tegen 2030 verzekeren dat ten minste 14% van het energieverbruik in de vervoerssector gedekt wordt door energieproductie uit hernieuwbare bronnen. Biobrandstoffen, vloeibare biomassa en biomassabrandstoffen afkomstig van voedsel- en voedergewassen met een hoog risico op indirecte veranderingen in landgebruik waarbij het productiegebied aanzienlijk uitbreidt naar land met hoge koolstofvoorraden, zullen tegen 2030 geleidelijk worden afgebouwd. De Europese Unie beoogt overigens met deze Richtlijn investeerders aan te moedigen door de administratieve lasten en de daaraan verbonden kosten te verlichten. Er wordt ook beoogd om de productie van hernieuwbare energie te versterken door een rendabel en marktconform ondersteuningsmechanisme. Ten slotte komt er een reglementair kader voor het recht op zelfverbruik van hernieuwbare energie. De Lidstaten moeten deze Richtlijn ten laatste tegen 30 juni 2021 omzetten.

En nu?

Deze drie wetgevende instrumenten zijn op 24 december 2018 in werking getreden. De Richtlijn "Energie-efficiëntie" en de Richtlijn "Hernieuwbare energie" moeten uiterlijk op 25 juni 2020, respectievelijk 30 juni 2021 door de Lidstaten worden omgezet. Ook op Europees niveau is het werk van de wetgever echter nog niet klaar. In december 2018 werd een politiek akkoord gesloten voor de vier resterende instrumenten van het winterpakket "Clean energy for all Europeans": de Richtlijn Interne Elektriciteitsmarkt, de Verordening Interne Elektriciteitsmarkt, de ACER-Verordening en de Verordening Richtlijn over de Weerbaarheid ten aanzien van Risico's in de Energiesector en met betrekking tot de Continuïteit van de Energiebevoorradingszekerheid. Deze verschillende instrumenten stellen de energieverbruikers centraal in de energietransitie door hen een verhoogde bescherming te verzekeren. Deze teksten zullen naar verwachting binnen afzienbare tijd door het Europees Parlement en de Raad worden aangenomen.