In een recent arrest beoordeelt het Hof van Justitie van de Europese Unie of een onderneming die, bij de verkoop van een consumptiegoed aan een consument, optreedt als tussenpersoon voor een particulier, ook te beschouwen is als een "verkoper" in de zin van de Richtlijn Consumentenkoop.

De richtlijn 1999/44/EG inzake consumentenkoop definieert een "verkoper" als "iedere natuurlijke of rechtspersoon die uit hoofde van een overeenkomst in het kader van zijn bedrijf of beroep consumptiegoederen verkoopt". Het lijdt geen twijfel dat een consument die een consumptiegoed koopt van een andere particulier, niet de bescherming geniet van de regels inzake consumentenkoop (art. 1649bis en volgende BW).

In een arrest van 9 november 2016 (C-149/15) is de vraag gerezen of dit ook geldt wanneer een consument een consumptiegoed niet rechtstreeks bij een particulier koopt, maar via een professionele tussenpersoon. In casu had een consument een tweedehandswagen via een garage gekocht. De garage had aan de koper niet meegedeeld dat de auto voor rekening van een particulier werd verkocht.

Volgens het Hof van Justitie heeft het begrip "verkoper" in de zin van richtlijn 1999/44/EG ook betrekking op een handelaar die tussenpersoon voor een particulier is en die de consument niet naar behoren op de hoogte heeft gebracht van het feit dat de eigenaar van het verkochte goed een particulier is. De verwijzende rechter moet nagaan of dit het geval is, rekening houdend met alle omstandigheden van het concrete geval. Daarbij maakt het geen verschil of de tussenpersoon al dan niet voor zijn bemiddeling wordt vergoed.

Een onderneming doet er dus goed aan om bij de verkoop van een goed aan een consument mee te delen dat zij voor rekening van een particulier verkoopt. Gebeurt dit niet, dan krijgt de onderneming volgens dit arrest de hoedanigheid van verkoper in de zin van de regels inzake consumentenkoop, en moet ze rekening houden met de regels inzake consumentenkoop (die onder meer voorzien in een recht voor de consument tot kosteloos herstel of vervanging van het gebrekkige goed als de voorwaarden daartoe voldaan zijn).

Deze uitspraak is niet alleen van belang voor tussenpersonen die fysiek tussen verkoper en koper bemiddelen, maar ook voor ondernemingen die via een digitaal platform als tussenpersoon optreden bij de verkoop van consumptiegoederen.